Mijn wereld is zo groot of klein als je zelf wil. Ik heb alvast twee werelden die ik graag combineer. Ik ben Belga con alma Catracha!
donderdag 21 januari 2016
fleur van mijn leven
We zijn allemaal bang voor de dood. Het is zoiets waarvan we weten dat het eens in ons leven zal komen, maar meer weten we niet. We kennen duizenden verhalen van hoe het zou kunnen gebeuren, maar tot dat moment er is, weten we niet hoe het voor ons zal lopen. We dromen allemaal van ooit niet meer wakker worden. Of toch van zo weinig mogelijk besef en zo weinig mogelijk pijn. Dus voor mij is dat niet anders. Op dat vlak ben ik een kuddedier.
Sinds een kleine maand hoor je me wel eens zeggen "laat mij maar doodgaan in de fleur van mijn leven". Ofwel reageren mensen geschokt, omdat ik durf te spreken over mijn eigen levenseinde; Ofwel krijg ik onmiddellijk een hele reactie dat ik dat niet te kiezen heb. Dat weet ik. Dat kan je hierboven lezen.
Dit is en blijft mijn wereld. Hier mag ik het gewoon komen vertellen. Mensen kunnen niet instant reageren. Ze dienen de tijd te nemen om dit te lezen en meestal gaan ze dan ook nog even verwerken wat ze gelezen hebben. Dus hier mag ik het gewoon zeggen zoals ik het ervaar.
Want in mijn wereld komen lijden en pijn weer erg dichtbij. En koppigheid, dat ook. Ook ik ben een zeer koppig mens. Ik weet dat. Dat is mijn sterkte en mijn zwakte. En ik hoop dat ik ooit wat minder koppig zal zijn. Ooit, wanneer dat nodig zou zijn. Of ik hoop dat ik eerder mag sterven. In de fleur van mijn leven, wanneer dat ook mag zijn. Dat zou nu kunnen zijn. Of ook niet. Want ik typ nog steeds voort. Amai, domme humor, het is dat ik het nodig zal hebben.
Ik wil hier al een tijdje over komen vertellen. Doch, ik spreek niet graag 'uit de biecht'. Ik vind niet dat ik het recht heb om te veel over anderen te vertellen. Maar dan blijkt dat ik wel heel weinig rechten heb. Ik heb geen rechten, eigenlijk, als het over dit onderwerp gaat. Dit onderwerp, ai, die persoon, bedoel ik dan.
Want ik ben maar 'de kleindochter' wanneer dat het gemakkelijkste is om te zeggen. Maar in werkelijkheid ben ik niemand. Gewoon, een vreemde. En dus heb ik geen rechten. Geen beslissingsrecht. En als vreemde voel ik me ook steeds meer vervreemden van 'mijn grootmoeder', omdat die term nu eenmaal makkelijk bekt.
Het gaat niet goed met Elzy en dat vreet aan mij. Natuurlijk doet het dat, ze is voor mij echt als een grootmoeder. Maar ze is dat niet. Ze is niet eens familie. En familie heeft ze amper. En de familie die ze heeft, lijkt niet helemaal op dezelfde golflengte te zitten als ik. Maar ik ben wel degene die er het vaakst komt. Ik ben degene die wekelijks boodschappen gaat doen, al jarenlang. Ik ben degene die helpt met kleine huishoudelijke taken. Ik ben degene die chauffeert wanneer me dat gevraagd wordt. Ik ben veel, maar eigenlijk ben ik niemand.
En ik vervreemd meer en meer. Want er wordt mij veel kwalijk genomen en steeds minder verteld. Omdat ik ook diegene ben die een dokter belde op 24 december. En omdat Elzy niet goed hoort, blijft zij geloven dat ik ook degene ben die haar in een ziekenwagen in het hospitaal deed belanden. Dat was nochtans de dokter haar beslissing, maar dat wil ze maar niet aanvaarden. En ik ben ook diegene die het woord 'rusthuis' in de mond nam, omdat ik ook degene was die door het ziekenhuis daarom gebeld werd. En ik ben diegene die mijn telefoonnummer bij dat ziekenhuis achter liet, wat blijkbaar ook al geen goede beslissing was.
Ik ben duidelijk de boeman in dit verhaal. En dat weegt. Temeer omdat ik ook gewoon goed wil doen. Uiteraard wil ik dat. Natuurlijk wil ik haar niet 'wegsteken', maar de situatie begint uit de hand te lopen. Voor zichzelf zorgen wordt steeds moeilijker en voor verschillende mensen begint dit onleefbaar te worden.
Want een uurtje geleden nog kreeg ik telefoon van haar overbuur, om te melden dat ze "nog eens" gevallen was. Het bleek de derde keer te zijn deze week (ze is terug thuis sinds zaterdag). Drie dagen, drie keer... Met die overbuur heeft ze eigenlijk al een tijdje ruzie, maar ze belt hem wel telkens ze valt. Hij vond de sleutel niet, dus belde hij mij. Echter, vandaag zei ik haar nog dat ik nu ook een sleutel heb en dat ze mij mag bellen. Ik woon tenslotte ook in Antwerpen nu. Of ze mij gebeld heeft? Neen. Ze bleef liever een uur op de grond liggen tot Jan van zijn werk thuis was. Toen ik klaar stond om in de auto te stappen, belde Jan terug dat de situatie onder controle was. Na een gesprekje met hem hebben we samen beslist dat ik beter niet meer kon langsgaan.
Maar het wordt dus wat onleefbaar...het loopt uit de hand. Anderzijds, ik weet niet zeker of ik me wel geruster zou voelen indien ze in een rusthuis zou verblijven. Na enkele dagen ziekenhuis kreeg ik verhalen over mij over delirium, agressie, een kapot geslagen televisietoestel, fixeren,... Om nog maar te zwijgen over alle telefoontjes die ik in die eerste dagen mocht ontvangen.
Neen, toen was ik ook niet gerust. En op bezoek gaan was even onaangenaam als dat dat vandaag bij haar thuis was. Veel commentaar en kritiek, niets lijkt nog goed, goedbedoelde handelingen worden bekritiseerd of in vraag gesteld. Ik weet het niet meer, eigenlijk. En ik sprak er al met verschillende mensen over, maar ik weet het niet.
Ik zit met de handen in het haar, en op dit toetsenbord, om nog eens een dom mopje te maken. Neen, ik weet het echt niet meer. Dit maakt me erg triest, bezorgt me veel kopzorgen en geeft me het gevoel dat ik dingen fout doe. Ik weet niet wat te doen. Handen af houden? Ik weet het niet.
Ik weet wel: Ik wil sterven in de fleur van mijn leven.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten