vrijdag 14 februari 2025

de schoolcultuurshock

 

Binnen twee weken is het al vakantie! Ik heb zowaar stress omdat de vakantie zo dichtbij komt! Wat een tegenstelling met hoe ik voordien de weken en dagen aftelde. Met andere woorden, veranderen van job was de juiste beslissing. Zeker weten! Wat een zaligheid om binnen de vijf minuten (te voet) op mijn werk te staan. Tijdens springuren ga ik rustig mijn boodschapjes doen, ik zet alles thuis weg, en ga rustig terug. Echt zalig!

Maar ook wel een cultuurshock. Ik heb altijd geweten dat mijn school in Mechelen qua orde en tucht een schoolvoorbeeld was. Al was dat met de jaren ook al verminderd. Deel van mijn frustraties, soms. Toch is het dag en nacht verschil met waar ik nu werk. Voor de duidelijkheid: ik wil mijn huidige school niet in een slecht daglicht plaatsen. Ik wil ook niet dat je als lezer nu medelijden krijgt of zo. Ik merk gewoon op dat het twee totaal verschillende schoolculturen zijn.

"Wat zijn de regels voor de leerlingen op het einde van een speeltijd en in de gangen?" Die vraag stelde ik aan de directeur voor ik mijn eerste dag mijn leerlingen op de speelplaats ging halen. Want dat had hij gezegd: Ik hoorde de leerlingen te halen bij hun rij en in de gang dienen zij stil te zijn en de hoofddeksels af te zetten. Er gaan ook twee schoolbellen. Klonk allemaal hetzelfde als op mijn vorige school, dus dat ging ik wel aan kunnen.

Eerste werkdag: De bel gaat, Fie veert recht in de leraarskamer en gaat naar de speelplaats. Daar aangekomen zet ik me bij het bordje "OKAN 1". Geen leerlingen. Nergens leerlingen in een rij, eigenlijk. Er klinkt een tweede bel, en er komen goepjes leerlingen in troepjes rondom mij staan. Collega's? Die zie ik niet. Ze zijn waarschijnlijk nog onderweg naar beneden...

Ik vertrek met de leerlingen naar de tweede verdieping. Op de trap is het trekken, duwen, praten in vreemde talen, twee of drie leerlingen naast elkaar. De leerkrachten die nu (eindelijk) naar beneden komen, geraken er niet langs. En tussen mijn leerlingen lopen er ook verschillende van andere klassen, want in de derde graad mogen ze wél zelfstandig naar de klas.

Wat een rommeltje! Doch, ik hou van rust en rustig aan een les starten, dus heb ik dat ook duidelijk uitgelegd aan mijn leerlingen. De mijne gaan intussen al veel rustiger de trap op. En soms merk ik verbaasde blikken bij mijn collega's. Ja, mensen, zo kan het ook. Maar het begint natuurlijk bij onszelf: zelf tijdig aan onze rij zijn, uitleggen aan de leerlingen waarom op een rustige manier aan de les beginnen leuk is voor iedereen,...

Op vrijdag heb ik een wachtuur. Dat is me niet onbekend, maar de manier waarop ze worden ingevuld, wel. Als ik bijvoorbeeld vervang in een klasgroep waaraan ik ook les geef, mag ik les geven en mogen die leerlingen en ikzelf ergens anders dat uur recupereren. Dat heeft me al twee keer een vroeger begin van het weekend opgeleverd en volgende week vrijdag ga ik een uurtje later starten. Hihi!

Daarnaast zijn wachturen normaal gewoon "studie". Je babysit op de leerlingen. Je houdt hen vooral niet bezig, je maakt jezelf vooral niet moe. Maar dat is niet mijn stijl. Dus ik heb ook al les gegeven aan klasgroepen die ik niet ken. Want een uurtje actualiteit, bijvoorbeeld, dat kan in geen enkele klas kwaad. 

Onze directeur is nog maar zijn tweede jaar bezig op deze school. Hij was al wel directeur in andere scholen. Scholen met een ander publiek, zowel qua leerlingen als leerkrachten, veronderstel ik. Hij doet enorm zijn best om de school op het juiste spoor te krijgen, hij onderneemt veel om het voor iedereen een aangename plek te maken. Echter, ik vrees dat het toch meer vraagt dan zijn vriendschappelijke aanpak (naar de collega's toe). 

We hadden deze week teamvergadering. Ze zou duren tot 18 uur. Om 17 uur was ze bijna afgerond maar kregen we nog een opdrachtje om tien minuten over te praten onder elkaar. De bedoeling was om voorstellen via Smartschool te versturen. Na nog geen minuut, liep het lokaal leeg. Iedereen pakte in en vertrok. Ik vermoed dat er weinig voorstellen in de inbox van de directeur zijn terecht gekomen.

Of deze, niet nieuw voor mij: berichten om ons aan te moedigen om zelf het goede voorbeeld te geven. Bijvoorbeeld rond gsm gebruik in de klas, koffie drinken tijdens de les, mutsen afzetten in de gang,... Jawel, ook hier is er te weinig orde en tucht bij het personeel. Dus ja, dat zorgt wel af en toe voor de nodige frustraties bij mij. Maar die zijn, zoals gezegd, niet nieuw.

Ik heb nu eenmaal een groot rechtvaardigheidsgevoel. En ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik doe mijn job graag en ik doe ze ook graag goed. Dat heeft er deze week toe geleid dat ik anderhalf uur extra heb gewerkt, in contact met leerlingen, omdat anderen hun job niet deden. Want ik stuurde een leerling naar de time-out tijdens het 7de lesuur, hij moest nablijven voor mij, maar daar was geen bemanning. Blijkbaar was er ineens een overleg met alle collega's die de time-out bemannen. En vandaag werd ik niet afgelost uit mijn wachtuur...

Maar kom, genoeg geklaagd en gezaagd. Dat doe ik niet zo graag. En wanneer anderen het doen, heeft dat een negatief effect op mijn algemeen welbevinden. Want, ja, ook op deze school lopen klagers en zagers rond. Daarom dat ik in springuren naar de supermarkt ga. Omdat ik zenuwachtig word van het klagen en zagen in de leraarskamer. 

Lesgeven in OKAN, Nederlands geven aan anderstalige jongeren die minder dan een jaar in België zijn. Boeiende uitdaging! Echt iets voor mij! Velen zeiden dat, ik twijfelde er zelf wat aan in het begin. Want ik zie mezelf niet als vakleerkracht Nederlands. En dat ben ik ook niet. Maar ik weet wel veel over taalleren. Bovendien bevond ik me ooit in dezelfde situatie: in een land wonen waar ik in het begin niemand echt begreep.

En toch: wat een moeilijke taal hebben wij! Ik heb het altijd geweten, maar nu ik er zo fel mee geconfronteerd word, wordt het pijnlijk duidelijk. Hoe vaak ik iets uitleg, om dan enkele minuten later te ontdekken dat er twintig uitzonderingen bestaan. Damn! Lesgeven aan anderstaligen betekent ook je nóg veel bewuster zijn van je eigen taalgebruik. Ik was me er al redelijk bewust van, maar al snel heb ik ontdekt dat er een aantal basisregels zijn.

Bijvoorbeeld: gebruik synoniemen pas wanneer je ze hebt aangeleerd. Anders gebruik je compleet andere woorden voor de leerlingen. Dat klinkt logisch natuurlijk, maar ik betrapte mezelf toch vaak op synoniemen gebruiken. Zoals vaak en dikwijls, om maar iets te noemen. Ik heb vanaf het begin ook erg de focus gelegd op elementaire beleefdheid. Elke week kies ik iets nieuw, enkele standaard woorden of zinnen, die ik die week probeer aan te leren. In het begin begroette ik elke leerling persoonlijk in de rij. Sinds de derde week komen de leerlingen zelf spontaan goeiemorgen of goedemiddag zeggen.

De voorbije twee weken ligt de focus op "Sorry dat ik te laat ben". Die wilde maar niet lukken, tot ik ontdekte dat ik hem niet had opgeschreven. Nu schrijf ik die zin standaard op het bord, en stilaan beginnen de laatkomers hem te kennen. Nog één weekje, dan gaat hij erin zitten denk ik.

Denk ik, want met "vijzen" dacht ik twee weken geleden ook al klaar te zijn. Maar dat valt tegen. Ik heb twee klassen. Van één ben ik ook de titularis. Het is echt een leuke klas. De leerlingen zijn wat ouder, ze hebben een goede schoolse houding, zijn meestal in orde met huistaken, zijn beleefd, beseffen waarom Nederlands leren belangrijk is. Ik zie hen met sprongen vooruit gaan. De andere klas, dat zijn nog kindjes. Echte pubers. Ik blijf maar bezig met "drillen". Kauwgom tot drie keer toe laten weggooien, huistaken die niet in orde zijn (sommige leerlingen nog geen enkele, het zijn er intussen zes + strafwerken), ingaan tegen de andere talen die ze spreken,... Vermoeiend klasje. 

En die heb ik op vrijdag een ganse namiddag, drie lesuren. Vrijdag is mijn zwaarste werkdag. Ik heb zelfs twee weekends nodig gehad om te bekomen. Jawel, terug in dat steegje. Maar gelukkig is het niet zo erg als vorig schooljaar, waar ik gewoon elk weekend mijn pyjama niet uitkwam. 

Ja, het was echt tijd om definitief weg te gaan. Of ik hier juist zit? Neen. Want onze toekomst ligt waarschijnlijk niet hier in Berchem. Maar voorlopig geniet ik volop van de rust die het me geeft. En van de positieve interacties met mijn leerlingen en de waardering van mijn collega's. De toekomst, die kennen we toch niet.


maandag 10 februari 2025

la trilogía de colores

 

Ik kocht vele Spaanse boeken en legde een mooie collectie aan. Ik vond het ook altijd leuk om op zoek te gaan naar tweedehandswinkels en daar dan te vragen of ze ook Spaanse boeken verkochten. Zo kocht ik boeken in België, Nederland, Canada, Frankrijk,... En uiteraard ook een heel aantal in Honduras, Mexico, El Salvador, Panamá, Nicaragua, Guatemala en Costa Rica. Af en toe kocht ik zelfs nieuwe boeken. 

Tot ik een tijd geleden besloot dat het tijd was om mijn boeken weg te doen. Ik had altijd gedroomd van een boekenkast, en die was er nog altijd niet gekomen. Met onze steeds veranderende, onduidelijke toekomstplannen, wil ik er ook niet meer op wachten. Dus ik verkocht bijna al mijn Spaanse boeken. Ik hield er enkele bij: een boek dat ik cadeau kreeg van mijn directora in mijn schooltje, met Hondurese legendes en volksverhalen; een poëziebundel die ik kocht tijdens een voordracht van de poëet en waar hij een tekstje voor mij in noteerde; Cipotes, omdat het volgens mijn gastfamilie een echt typisch Hondurees verhaal was en het verhaal is me ook wel bij gebleven; en de boeken van 50 sombras.

Terwijl ik het schrijf, besef ik dat ik dit misschien allemaal al eens verteld had. Tja, ik wilde inleiding. Inleiding om te kaderen waarom ik tegenwoordig naar de bib ga. Sinds de paasvakantie vorig jaar, ga ik regelmatig naar de bib. Ik las intussen 30 boeken, allemaal in het Spaans, uiteraard. 

In Antwerpen is er echt een goed systeem, waarbinnen ik mijn eigen systeem ontwikkelde. Twee keer per jaar ga ik naar Permeke, waar de grootste collectie Spaanstalige boeken staat in Antwerpen. Daar houd ik me dan een lange tijd bezig met boeken vastnemen, bekijken, flapteksten lezen,... en een lijstje maken. Ik neem ook een vijftal boeken mee. Want, goed systeem: de uitgeleende boeken mag ik bij de bib achter onze hoek terug inleveren. En de boeken op mijn lijstje, kan ik online reserveren en dan worden ze bij diezelfde bib geleverd. Topsysteem! En helemaal nu ik zo dichtbij werk. Ik kan gewoon tijdens springuren of mijn middagpauze mijn boeken brengen en halen.

In de kerstvakantie ging ik naar Permeke en kwam ik thuis met weer nieuwe boeken om te lezen. Maar net als de keer ervoor, bleek ik een boek meegenomen te hebben uit een reeks. Dus legde ik El mundo amarillo terug aan de kant. En ik ging op zoek naar de twee voorgaande boeken. Om er maar één te vinden, namelijk El mundo azul. Want Pulseras rojas is blijkbaar een televisieserie binnen de trilogía de colores. Om het simpel te houden voor een simpel Belgisch meisje zoals ik.

Afgelopen weekend las ik de twee boeken. Jawel, ik las twee boeken in één weekend. Toegegeven, ze waren allebei een 200-tal bladzijden dik, maar op sommige pagina's stond de tekst ver uit elkaar. Maar het zijn zo'n goeie boeken, dat ik gewoon verder wilde lezen! Het eerste boek werd vertaald naar het Nederlands: De gele wereld. Ik beveel het aan, al weet ik niet of de vertaling goed is.

    Albert Espinosa - El mundo amarillo     si crees en los sueños ellos se crearán

Die ondertitel alleen al! Als je in dromen gelooft, zullen ze waar worden. Dat is exact hoe Louise Hay het voorstelt in Je kunt je leven helen. Affirmeer, creëer je eigen ervaringen en je eigen toekomst. 
El mundo amarillo is geen zelfhulpboek volgens de schrijver, maar zo voelt het wel. Het is moeilijk te omschrijven, het boek. De schrijver is zo eerlijk en legt zo goed connectie met zijn lezers... Hij schrijft bijvoorbeeld zijn mailadres in zijn boeken, met de boodschap dat hij het leuk vindt om van zijn lezers te horen. Iets dat ik fel overweeg, hem een mailtje sturen, maar eerst wilde ik erover komen schrijven.

Wie is Albert Espinosa? Ik ga er geen Google voor gebruiken, ik zal alleen vertellen wat ik        geleerd heb door die twee kleurrijke boeken te lezen. Hij is een man die tussen zijn 14 en 24 jaar tegen kanker vocht. In die strijd verloor hij een been, een long en een deel van zijn lever. Sommigen haken nu af. Want dat klinkt allemaal niet positief. Echter, hij heeft in die 10 jaren zoveel geleerd, door te leven in ziekenhuizen, dat hij er ontzettend mooie en positieve dingen heeft uitgehaald. En die deelt hij in zijn gele wereld.

Hij deelt zijn 23 ontdekkingen en hoe hij deze toepast in het dagelijks leven, het leven na kanker, het leven buiten de ziekenhuizen. Hij deelt ook één van zijn favoriete gedichten en bouwt zijn boek daarrond op. 't Is niet dat ik nu heel mijn leven ineens omgooi door dat boek te lezen, maar ik merk wel dat het nawerkt. Het zindert na, het heeft indruk gemaakt, het heeft een impact.

Albert Espinosa is een schrijver in de brede zin van het woord. Hij schrijft boeken, films,        toneelstukken, televisieseries. Ik ben alvast overtuigd dat ik ook andere boeken van hem wil lezen. Misschien is hij nu wel één van mijn favoriete schrijvers. De titels van zijn boeken zijn ook zo leuk, en ik zie er hier en daar ook links in met muziek. Het zijn lange titels, zoals strofes in een liedje. Bijvoorbeeld: Qué bien me haces cuando me haces bien (link met Marc Anthony - tu amor me hace bien), Si tú me dices ven, lo dejo tedo...pero dime ven (er is een liedje waarin dit gezongen wordt - si tú me dices ven, lo dejo todo - het bestaat in verschillende versies van verschillende artiesten); ... Als je meer wil weten, kijk dan eens op Albert Espinosa zijn website. Zijn boeken zijn ook mooi langs de buitenkant. Gewoon klikken op "libros" en je kan ze allemaal zien.

    Albert Espinosa - El mundo azul     ama tu caos

Pulseras rojas heb ik over geslagen. Misschien dat ik de televisieserie ooit wel bekijk. Op naar de blauwe wereld, die helaas niet vertaald werd naar het Nederlands, voor zover ik kan terugvinden. De overgang klopt, want in de blauwe wereld speelt muziek een belangrijke rol. Ik had aanvankelijk schrik dat het boek minder goed zou zijn, omdat het een roman is. Het is fictie, die neigt naar non-fictie. Dat is niet hoe hij het omschrijft. Hij noemt het ficción-no ficción. En net als in dat andere boek, legt hij connectie door te vertellen waar hij het boek schreef, hoe het geboren werd.

El mundo azul is geschreven vanuit de eerste persoon enkelvoud, en dat voelt juist. Daardoor voelt het al meteen minder als een roman, meer als een dagboek. Het gaat over een jongen die enkele dagen voor zijn achttiende verjaardag te horen krijgt dat hij nog drie dagen te leven heeft. Hij besluit het Grand Hotel te contacteren om daar te gaan sterven. Oh ja, het klinkt weer negatief. En toch is dat het ook nu weer niet! Het is weer zo'n positief boek, vol wijsheid en levenslessen. Prachtig gewoon!

Hét hoofdstuk voor Fie was ongetwijfeld hoofdstuk 11: El caos es la personialidad sin juicio ni moral. Niet zozeer om de titel, maar omdat er in het hoofdstuk Pisco sour gedronken wordt, en dat is een cocktail die ik graag lust. En dan kwam het einde van het hoofdstuk en daarmee heb ik meteen Chris onderbroken van zijn bezigheden om het te te vertellen (en vertalen).
...todo nuestro ser está diseñado para bailar. No para andar ni correr, ni mucho menos para trabajar, discutir, sufrir o pensar. ... Pensando se crean los problemas y bailando se solucionan.

Ja, ik heb genoten van die twee boeken van Albert Espinosa. Ik ga het hem waarschijnlijk ook laten weten. Maar niet meer vanavond. Het is goed dat ik nog eens kwam schrijven, want eigenlijk heb ik daar ook vaak zin in. Zeker doordat ik zoveel lees tegenwoordig. Maar schrijven in het Spaans ga ik met een frisser hoofd doen. Nu is het al wat te laat daarvoor, naar mijn gevoel. 't Is tenslotte een weekdag.

Ik wil zeker ook nog komen vertellen over mijn nieuwe job. Maar ik probeer eens iets nieuw: schrijven in thema. Dus het thema werk zal nog even moeten wachten. Geen idee hoe lang ik dit ga volhouden. Want het was toch alweer lang geleden voor ik kwam. Ah ja, en mijn tanden, de voedingsconsulent,...nog zoiets waarover ik zou kunnen schrijven. Ideeën genoeg, dat is duidelijk! Hasta la próxima!