Mijn wereld is zo groot of klein als je zelf wil. Ik heb alvast twee werelden die ik graag combineer. Ik ben Belga con alma Catracha!
donderdag 25 januari 2018
uren tellen
Ik ben een teller. Ik ga daar niet over uitweiden, want daarover gaat deze post niet. Echter, wat ik niet tel, zijn mijn werkuren. 't Is te zeggen, net als velen klaag en zucht ik wel eens over bepaalde situaties, maar ik zie het ook als part of the job. Als er veel mensen uitvallen, valt dat zwaar op de rest en wordt ieders draagkracht op de proef gesteld. Dat is zo. Ik ben me er bewust van, dus ik weet ook dat we allemaal wat meer op onze tippen gaan lopen dan. Tot daar ben ik helemaal mee.
MAAR ik merk een mentaliteitswijziging op. Ik zou ze kunnen wijten aan de leeftijd van de nieuwelingen, doch dat is verkeerd. Want eigenlijk doen de meeste jonge nieuwelingen wat ik ooit deed: werken, ja-knikken, jezelf trachten te bewijzen en de kat uit de boom kijken op bepaalde momenten.
Ik kom niet graag uit de school klappen (dat is de Nederlandse versie van onze biecht, vertelt een bepaalde website me, en het leek me erg toepasselijk), tenzij het te hard op m'n hart drukt. Amai, vermoeidheid doet vreemde dingen met mijn taalgevoel. Ja, ik ben vermoeid. Als op het telefoonscherm verschijnt dat je alarm binnen 5 uur en 5 minuten zal afgaan, dan weet je dat het weer een te korte nacht wordt. Eén van de gevolgen van zonder auto vallen (ander verhaal, vermoeidheid doet me ook afwijken). Ik draai rond de pot, omdat het fout voelt. Maar 't is m'n wereld.
Een collega die we nog niet als ancien kunnen bestempelen, heeft de neiging om netjes bij te houden wie welke uren presteert en wie het geluk heeft wat vrije momenten te verzamelen. Uhu. Gewoon al die zin lezend, ken ik alvast één persoon bij wie de haren ook omhoog gaan komen (waarvoor dank, dank dat je me begrijpt!). Ik begrijp het, wil ik schrijven, maar ik kan niet uitleggen waarom ik het begrijp want eigenlijk begrijp ik het niet.
Bij ons op school heerst er al jaren een behoorlijk goede collegialiteit. Uiteraard botert het niet tussen iedereen even goed, natuurlijk zijn er ergernissen. Maar ik kan met de hand op het hart zeggen dat we voor mekaar in de bres springen. En vaak doen we dat onbaatzuchtig, verwachten we niet meteen een tegenprestatie. "Kom maar af als jij eens iets nodig hebt", is een vaak gehoorde uitspraak bij ons. Fijn, toch?
Fijn, zo'n woord dat onze vorige directeur vaak in de mond nam. Hij hamerde enorm op die collegialiteit. Hij had een hekel aan urentellers. Hij zei dat ook steevast bij elk sollicitatiegesprek en herinnerde de vaste crew er regelmatig aan. Hij ging zelfs zover om ons gelukzakken te noemen als we 'mochten' vervangen, want dat betekende dat we alvast gezond genoeg waren om te komen werken.
Ja, we hebben er vaak om gelachen. We hebben er ons ook af en toe aan geërgerd. Doch op een dag als vandaag zou ik bijna durven stellen dat ik hem mis. Hoewel dat overdreven is. Dat is overdreven. Echter, ik merk toch veranderingen op die ik niet fijn vind. Zoals de niet-ancien "met meer ervaring in het onderwijs dan ik" die zich bijgevolg "niet laat doen". (de dato juni 2017)
Vandaag ging ik weer in het rood. Fel, als een vijftigtal mensen het zagen gebeuren. Dat klinkt zwaar, en achteraf bekeken was het dat ook echt. De tranen bleven vloeien, ik snikte en snikte en kon zelfs dat niet tegen houden. Hoe dat kwam? Wel, ik kreeg een boek in bruikleen van mijn therapeute om dat te ontrafelen. Doch, met schaamrood op de wangen geef ik toe dat ik dat boek niet heb vast gehad. En morgen geef ik het terug.
Volgens mijn gedachtegang kwam de breakdown er doordat ik mijn best had gedaan om mijn gevoel te benoemen. Ik had er eveneens bij gezegd dat ik niet wilde discussiëren. Maar dan werd ik letterlijk de rug toegekeerd met de boodschap dat als ik niet wilde discussiëren, ik ook niets hoefde te zeggen. Hopla! tranen tranen tranen
Hoe dit verder gaat? Wel, ik ventileer. Verschillende mensen kwamen hun steun betuigen en dat deed echt deugd. Op een zeker punt zal ook dit uitgepraat worden, doch deze keer zal ik die stap niet zetten. No way! Tegen m'n kar rijden, dat mag intussen duidelijk zijn, is een oorlogje starten. Zo'n vaart loopt het niet, want dat vind ik het niet waard in dit geval. Echter, ik vond het heel knap van mezelf dat ik m'n gevoel benoemde en dan verwacht ik zo geen reactie. Dus het zal de komende periode stille oorlog zijn. En neen, van mij zal de toenadering niet komen. Want ik heb in mijn ogen niets fout gedaan. Ik heb alleen -alweer- uitgelegd hoe wij op onze school de dingen aanpakken. En dat is op een collegiale manier, niet (ver)oordelend.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten