vrijdag 19 maart 2021

geen kuddedier

 

Snel terug. Razende gedachten. Geen titel. Te veel. Te weinig. Te veel. Chaos. Nood aan. Nood aan zovele dingen. Sociaal wezen. Sociaal sporten. Sociaal bewegen. Sociaal spelen. Sociaal praten. Sociaal van gedachten wisselen. Op aan het geraken. Vrijdagavond. Niks waard. Nood aan vrijdagavond. Maar toch niet. Energie uit werk halen. Maar niet genoeg.

Oké. Stop.

Ik ben dus inderdaad heel snel terug. Zonder titel, voorlopig. Er zijn veel mogelijkheden. Vandaag is het weer pijnlijker dan sommige andere dagen. Ik ben hard aan het werken. En op zich is dat fijn. Het geeft wel wat energie. Maar ik voel ook vermoeidheid. En niks om ook nog op te laden buiten het werk.

Vandaag heb ik er echt last van. Ik snak tegenwoordig zó naar weekend.  Omdat ik zo hard werk. En dan is dat weekend er eindelijk, en val ik in een megagat. Want er is gewoon NIKS. Dus sinds we aan tafel zaten te eten, zit ik te huilen. Ik heb zoveel behoefte aan ongedwongen dansen! Mensen ontmoeten, onbekenden treffen op de dansvloer. Meegenomen worden. Neen. Het enige dat dit weekend me nog brengt, is uitslapen. Het enige "voor mezelf" dat ik doe, is werken.  

Ik heb er deze week weer meer last van. Woensdag mocht ik mijn collega's voor het eerst sinds oktober -? geen idee, ik hou het niet bij, want dat is praktisch onmogelijk- nog eens in het echt zien. Dat gaf op zich veel energie. Wanneer ik 's middags thuiskwam, ben ik meteen beginnen werken, mét plezier. Ik begon zelfs aan iets dat al 2 maanden op mijn te doen lijstje staat. 

Tezelfdertijd vragen zo van die ontmoetingen een erg sterke wil. Want iedereen droeg een mondmasker toen mijn andere collega en ikzelf toekwamen. Hij en ik zijn min of meer dezelfde mening toegedaan, hoewel ik nog feller ben. Wat niet zo vreemd is. In ieder geval, onder de sociale druk had hij 5 minuten later ook een masker op zijn gezicht. Ter info: we ontmoetten elkaar in een park, in open lucht dus. 

Nope, ik ben geen kuddedier. Dus ik heb opnieuw verkondigd dat ik me mezelf niet voel met dat ding op mijn gezicht en dat ik wel afstand zou houden, in die open lucht. Na een half uur droeg niemand nog zo'n ding. Maar toen we koffie gingen halen, zette iedereen het plots terug op. Terwijl we gewoon voor de ingang van de koffiebar stonden. En slechts 2 mensen gingen binnen de koffies halen. Dus ik zie niet in waarom ik mezelf dan zou verstoppen, in open lucht (nota bene).  Ik heb die voormiddag de reacties gevoeld, de gedachten. En toch blijf ik mezelf. Want ik ben geen kuddedier. 

En dan waren er gisteren en vandaag. In élke leraarskamer datzelfde onderwerp. In élke leraarskamer die angst. In élke leraarskamer die overtuiging dat álle leerlingen, ook de allerjongsten, zo'n muilkorf zouden op moeten. In élke leraarskamer het gezeur over hoe leerkrachten toch al een spuit hadden moeten krijgen. In élke leraarskamer komt mijn haar omhoog, draait mijn maag om.

Om nog te zwijgen van de mantra's die ik nodig heb om niet te beginnen hyperventileren tijdens het nemen van een trap. Het voelt echt erg ongezond en onveilig, zo'n trap nemen. Tegen dat ik op een derde verdiep ben, heb ik de stof in mijn mond zitten. Zó hard ben ik aan het inademen. Dat het mondmasker lekker nat is en mijn ademhaling van op 2 meter hoorbaar. CO2-vergiftiging, dat is allemaal zo erg niet hé. Onbestaand zoals de griep waarschijnlijk.

Neen. Dit is niet hoe ik mijn vrijdagavond wil doorbrengen. Ik ben dit kotsbeu.
Jaja, iedereen is het beu. Maar kom dan verdomme in opstand hé! 
 


Geen opmerkingen: