Nee, nee, 't is niet dat ik dat hier negatief wil beginnen. 't Is een oprechte vraag. 't Is vrijdagavond, ik heb nog niet gegeten. Wil ik dus nu hier zijn? Of kan ik beter eerst iets eten, en dan naar hier komen? Maar wat als ik dan geen zin meer heb in schrijven? En nu heb ik precies wel zin in schrijven. Lap.
Zonder voorbereiding, dat gebeurt wel vaker. Gewoon schrijven wat in me opkomt. Herlezen en dingen wissen. Dat is oké. Afgeleid worden door mijn horloge die graag mijn hartslag wil meten maar dat niet kan. Want mijn horloge doe ik uit wanneer ik blog. Dat typt aangenamer. Lap. Afleiding dus. Niet dat ik ADHD heb. Ik kan wel afgeleid zijn door dingen, maar ik kan me ook heel goed concentreren. Te goed zelfs, soms.
Ik heb mezelf veel aangeleerd. Werken met alarmpjes is echt goed voor mij. Maar eergisteren vergat ik een taakje te voorzien voor na het alarm. En dan loopt het mis. Planning is belangrijk voor mij, dat is goed voor mij. Min of meer. Damn, ik ben er al uit, precies. Gedachten gaan alle kanten uit. Daarom dat ik al een titel schreef. Daar kan ik dan naar terug grijpen om de focus te houden. Zoals mijn planningen, waar ik naar terug grijp.
Planningen ten spijt, ontspannen blijft het grote probleem. Helaas is dat deel na de hele corona-episode nog altijd niet hersteld. Het lukt me amper. Diep in mij blijft er dat gevoel dat ik dat niet verdien, dat ik het niet waard ben. De filosoof in mij denkt dan "zouden de politici dit weten". Natuurlijk weten ze dat niet. Als ze dat wisten, .... [ik ga het netjes houden, vul zelf maar aan, of niet]
Neen, ik verdien dat niet. En dat is natuurlijk zever in pakskes. Natuurlijk verdien ik dat. Ik heb even veel recht als iemand anders om te genieten van het leven. Ik heb even veel recht op mijn plek op deze wereld. Maar het idee dat dat niet zo is, zit echt diepgeworteld. Dus blog ik op vrijdagavond. Ik blog, in plaats van iets anders te doen. Iets zoals dansen, blij zijn dat het weekend is, dingen doen om mezelf op te laden, afspreken met mensen,... Dat gaat niet. Dit is al meer dan anders. Standaard ben ik nu al tv aan het zien. Tot zondagnacht. En dan is het weer maandag en herpak ik mezelf, keer ik mezelf bijeen, ga ik door omdat dat is wat de maatschappij verwacht.
Niet dat ik zo bezig ben met wat de maatschappij verwacht. Verre van. Vandaag nog op mijn tong gebeten toen een collega sprak over leerlingen die bepaalde items uit de mainstream media niet wisten. Want in alle eerlijkheid, weet ik het ook niet. En ik leef nog! Halleluja! Ik leef nog! Zonder naar het mainstream nieuws te kijken. Zot, toch? [Uhu. Jeezes]
Ik ging woensdag naar de tandarts. Mijn nieuwe, wakkere tandarts. Wat een lieve vrouw. Depressie deed geen deugd voor mijn tanden. Coronamaatregelen deden mijn tanden geen deugd. Mijn tandarts verdween in het niets, en ik zocht geen nieuwe wegens geen mondmasker dragen [toch niet bij de tandarts...! nope, ook niet in de wachtruimte]. Drie jaar later kwam ik bij haar terecht dankzij openzorg.eu. Een forum voor de wakkeren onder ons. Just saying. Soite, lieve vrouw, zorgend. Op dezelfde golflengte ook. Doet deugd.
Nee, ik heb het verhaal niet echt afgemaakt. Maar dat hoeft niet. 't Is vrijdagavond. En dit is mijn activiteit vanavond. Dus ik mag doen wat ik wil. [Altijd hier, maar toch.] Spotify is netjes aan het doordraaien. Gebruik jij Spotify? Kijk dan af en toe eens naar mijn playlist, hé! Of haal het door Youtube. Jawel, voor ik deze post startte, paste ik de playlist nog eens aan. Want muziek blijft de rode draad. Muziek blijft erg belangrijk. Belangrijk ook om andere geluiden te dempen en de gedachtemolen te temperen. Muziek kan me wegvoeren. Bij jou ook? Zie mij seg, zo schrijven naar jou. Tsja. Nood aan sociaal contact.
Natuurlijk heb ik daar nood aan. Maar ik weet hoe ik ben. Ik weet dat ik niet meer om kan met oppervlakkigheid. Dat is iets goed dat uit de coronaperiode kwam. Ik besloot dat ik niet meer aan oppervlakkigheid ging doen. Alleen diepgang. Helaas werkt de wereld niet zo. Dat merk ik dagelijks. Ach ja. Ik werk wel zo. En ik ga geen compromissen sluiten op dat vlak. Toch niet te veel. Want dat gesprek met die collega over de actualiteit, dat duurde eigenlijk te lang. Ik voelde dat het me energie kostte. Toch bleef ik nog tien minuten in het gesprek. Ik beluisterde haar (jawel, haar) ideeën en gaf zelfs mijn mening niet. Ik kan dat heus wel. Al word ik er moe van.
Spotify is goed aan het doordraaien. Ik ben al een uurtje ver. Horita diferente. Eén van mijn playlists. Gepasseerd. En dan draait Spotify door. Tot hiertoe gaat dat goed.
Oké, focus. Angst. Bijna alles is terug te brengen tot angst. Wanneer we iets niet doen waarvan we aanvoelen dat we het misschien willen doen, komt het vaak neer op angst. Angst voor afwijzing. Angst om misbegrepen te worden (afwijzing dus). Angst om raar bekeken te worden. Angst om afwijzing. Bijna altijd. Denk ik. Of angst om het onbekende. Maar dat onbekende kan tot afwijzing leiden. Angst om het niet aan te kunnen. Ik keek even terug naar de titel, en daar was de focus. Wil ik hier zijn? Kan ik dit aan?
Ik heb het over school. Komt het doordat ik vandaag een vraag over verlofstelsels stelde? Of is het toeval? Waarschijnlijk is het toeval. Alleszins kwam vandaag de mail voor de verlofstelsels van volgend schooljaar. En uiteraard ben ik al enkele weken bezig met dat proces lopen in mijn hoofd. Met een zekere angst. De angst van het niet aan kunnen.
Objectief gezien, kan ik niet van een succesvolle terugkeer spreken. Denk ik. Dju toch. Angst en twijfels. Voor mijn welbevinden was het geen succes. Meestal. Ik heb regelmatig alles (en meer) gegeven. Dat betaalde ik met weekends in pyjama. Ik heb ook fijne momenten beleefd, complimenten gekregen, successen ervaren. Antwerpen plus legde de focus op het positieve, op de kleine successen, op elkaar motiveren en stimuleren. Ik paste daar wel in. Al zie ik dat zelf niet (altijd/goed). Toch zei een collega me enkele weken geleden dat het zo leuk is dat ik terug op school ben, want dat ik altijd zo'n kleine complimentjes geef en dat dat opvalt omdat dat niet in de cultuur op onze school zit. Dus ja, ik zie het zelf niet, maar ik ben wel degelijk gericht op het positieve. Bij Antwerpen plus werd ik ook de rechterhand van mijn verantwoordelijke omdat zij me letterlijk zei dat ik alles door een roze bril zag.
En toch zie ik dat zelf niet. Ik voel dat niet. Dát is het. Ik voel dat niet. Dát is het hele probleem. Ik voel het niet (meer). Ik geniet niet. Ik heb geen plezier. Neen, het is niet zo zwart-wit. Wanneer ik mezelf gemotiveerd krijg om iets te doen dat ik vroeger leuk vond, kan ik daar echt nog wel plezier aan beleven (soms). En dan vertel ik mezelf bewust op dat moment ("goed dat je dit doet, kijk eens hoe leuk"). Doch, ik kan het niet vasthouden, of zo. Het kan heel snel omslaan. Heel snel gebeurt er iets waardoor ik denk "zie je wel, je verdient het niet, je bent het niet waard". Zo spijtig. [Denk jij misschien als lezer; Ik denk het alleszins; Ik wéét het.]
Pannekoeken - Yevgueni
Het lied dat nu speelt. Ik liet het een keer aan Chris beluisteren en zei hem dat dat ons verhaal is. Het is mijn verhaal. En dan vraag ik me af of dit leven mijn leven is, of dat van Chris? Of dat van ons? Het is dat van ons. Ik ben blij met de invloed die Chris op mij(n leven) heeft. Maar de opmerking van M (ja, jij) dat ik op mijn best ben wanneer ik reis, laat me niet los. Ben ik op mijn best wanneer ik reis? En hoe komt dat? Heb ik dan toch ADHD? Kan ik niet settelen? Volgens mij wel. Maar waarom had (/heb) ik dat reizen zo nodig?
In hoeverre is dat aangeleerd gedag? In hoeverre is dat wat de maatschappij verwacht? Want dat is wat Chris me leerde. We doen veel omdat dat verondersteld wordt. We doen veel omdat iedereen dat doet, omdat het de norm is. Ik vind waarden en normen ook belangrijk. Héél belangrijk. Lees terug, als je eraan twijfelt. Maar het is ergens ook absurd om allerlei dingen te doen omdat ze de norm zijn.
Etentjes met collega's. Je doet dat, je vindt dat leuk, of je denkt dat je dat leuk vindt. Je begint te werken, je verdient geld, dat geld hoort uitgegeven te worden. Je ziet je wat oudere collega's dat doen, dus je doet dat ook. En je vindt het leuk, omdat zij het leuk vinden. Net zoals de actualiteit volgen. De actualiteit van de openbare omroep. Want dat is de waarheid, dat is het juiste, dat is de norm.
Neen. Neen. Het kan ook anders. En nogmaals, je blijft in leven. Al ben ikzelf niet het prototype, want ik ben knokkend in leven. Ik leef, maar niet echt. Ik onderga. Sinds 15 maart 2020. Hopla. Toch nog even benoemen. Want zo is het, spijtig genoeg. Een kat een kat noemen. Een kat? Huisdieren? Dat toch weer niet?
Ik ben hier meer en meer dialogen aan het voeren in mijn hoofd. Misschien toch tijd om iets te eten. Aangezien dat pakje crackers met een blikje vis waarschijnlijk niet genoeg is voor een hele dag. Geen tussendoortjes meer. Dat ben ik verleerd. En dat is oké. Er zijn ook goede dingen. Maar het probleem van niet genieten van ontspanning, is een probleem. Dat is niet goed.
't Is niet dat ik niet probeer. Ik doe echt mijn best om het te doorbreken. Al zó lang. Ik heb de magische code nog niet gevonden. Maar de positivo in mij geeft niet op. De positivo die er blijkbaar wel is, al voel en zie ik dat zelf niet. Ik blijf volhouden. Op een dag ga ik zien dat het beter is, en ga ik terug kijken naar deze post en tegen mezelf zeggen
"zie je wel, het werd beter"
Geen opmerkingen:
Een reactie posten