Va un gringo a un restaurante chino (en Honduras). Pide sopa. "Solo tenemos sopa de lata", dice la mesera. "¿Cómo así?, es un restaurante, no es posible, solo sopa de lata." ~....~ sigue la conversación ~....~ sobre la sopa de lata. "Sí", dice la mesera del restaurante chino, "sopa de lata, la mamá del latón".
Deze post zit al een tijdje in mijn hoofd. De spanning bouwde zich op, de ballon werd groter, en nu moet de lucht eruit. De post bouwde op in mijn hoofd tot 'ie eruit moest. En intussen werd het meer, intussen kan ik dingen toevoegen. Zo gaat dat. Hoe komt het dat ik dan nu pas kom schrijven? Omdat de druk eerder minder hoog was. Maar ik kom vooral nu schrijven omdat ik sociaal contact nodig heb. Of sociaal zijn nodig heb. En bij gebrek aan, kom ik hier terecht. Ik denk dat dat het nieuwe ritme is.
Een aantal weken geleden kwam ik hier (in ons huis in Antwerpen) na een week bij Chris (in Rijmenam). Ik had net twee uren salsales gegeven, het schemerde al. En op weg van de garage naar de gang -in de ruimte die ik ooit tot de wasplaats doopte- viel ik over het afval. Afval uit een pmd-zak. Nog voor het licht aan ging (bewegingssensor), wist ik " we zitten met muizen".
Volgt er een week met veel communicatie van mij naar Chris. Volgt er een week met moedige acties langs mijn kant: muizenvallen halen, vullen, zetten, horen springen, geen muis vinden, opnieuw halen, vullen, zetten, horen springen, geen muis vinden, enzovoort... Ook vergif leggen, open en bloot, geen Saar of ander huisdier, geen kinderen, het kon. Het vergif ging goed binnen; als in: het verdween erg vlot.
Chris kwam tegen dat ik had uitgemaakt dat we mogelijk niet met muizen te maken hadden. Wel met ratten. Uhu. Nóg meer moed nodig. Een zaterdagavond ging ik dansen en Chris begeleidde me naar de auto in de garage, gewapend met zijn steekschop. Ik was nog maar half uit de garage of ik hoor * * * (tsjak tjsak tsjak of zo). Moedig. Een man. Laat ik het noemen wat het is. Een man. Want ik ben een vrouw. Punt. Voilà.
Datzelfde weekend zag ik opnieuw een rat onder onze auto. Moedig wandelde ik erlangs (als in: minder dan een halve meter van mij), reed ik de auto half buiten, en opnieuw * * *. En ook datzelfde weekend ging Chris stenen op ons (kapot) rioolputje leggen en hoorde ik opnieuw * * *. Jawel, drie dus. Drie ratten heeft 'mijne man' moedig gedood. Ne man hé. Punt. Voilà. Ik noem het zoals het is.
Sinds de stenen op het putje (en een ultrasoon geluid), geen beweging meer. Ik heb testjes uitgevoerd, met een nieuwe pmd-zak en vergif. Alles onaangeroerd. Ik ben nog niet helemaal op mijn gemak. Maar het begint te verbeteren. Het is vergelijkbaar met een melding over lage bandenspanning en ik die -lange tijd nadat het probleem opgelost werd- de bandenspanning op de boordcomputer controleert. En ook met een melding van oververhitte motor en ik die nooit nog lang rijd zonder de motortemperatuur te controleren op de boordcomputer. You get the picture.
Grijze muis. Voor de niet-Spaans-sprekenden onder ons. Dat is de titel van deze post. Grijze muis. Ik vond het mooi samengaan met het verhaal over ons ongewenst bezoek. En voor de wel-Spaans-sprekenden: goei mopke, toch? Samen met het mopje over de bomberos, de eerste mopjes die ik begreep in Honduras. Die blijven hangen hé. Dán kan je zeggen dat je de taal mee hebt.
Ik ging terug naar mijn school. Dat is oud nieuws. Lang, lang geleden leerde ik over het principe van 'grijs' zijn. Nooit echt mijn ding geweest. Wel hard geprobeerd. En bij het terugkomen, na drie jaren afwezigheid, dat kortstondig volgehouden. En dan, een aantal weken geleden
[weet je nog, deze post zit al even in mijn hoofd]
floep ik op een moment samen met mijn team eruit dat ik wel ASV-coördinator wil zijn. Dat is coördinator van mijn team, voor de duidelijkheid. Ik floep dat eruit. Ik had een paar enthousiaste dagen, en dan lijk ik de wereld aan te kunnen. Ik wéét intussen dat die enthousiaste dagen gevolgd worden door mindere dagen (zacht uitgedrukt).
Maar toen was het al te laat. Alleszins in mijn gevoel. Ik was enthousiast geweest. De huidige co deelde mee dat hij zijn functie neerlegde. Er werd gevraagd te solliciteren met brief en cv. Ik deed dat, zeer beknopt. Als enige. Dus nu word ik de nieuwe co ASV OV3 volgend schooljaar.
En ja, ik heb veel geleerd. Ik heb veel geleerd over mezelf. Ik heb geleerd mijn grenzen beter te bewaken. Nog niet helemaal. En daar wringt het schoentje. Want ik kan het al beter, maar ik doe het nog niet goed. Ik ben ook nog niet goed. Bewijze dat ik hier kom schrijven. Die vrijdagavond. Herkenbaar momentje.
Onzekerheid. Nergens voor nodig. Want ik zal dit kunnen. Ja, het zal meer werk zijn, want ik heb me geëngageerd om meer te gaan werken. Sowieso. Los van deze functie. Inflatie. Inflatie is de hel. Ik heb het gevoeld, al lange tijd, maar nu heb ik het écht gevoeld. Sinds januari dekt mijn halftijds loon mijn lopende kosten niet meer, terwijl dat in de eerste vier maanden van het schooljaar geen probleem was. Ik kon toen zelfs nog een beetje sparen. En nu is al dat spaargeld (en meer) al op.
En 't is niet dat ik ineens meer ging uitgeven. Neen hoor! De moustache-visie is goed ingeburgerd. Ik doe dat goed. Het leven is gewoon duur geworden. Té duur. Tijd om te emigreren. Oh, ow.... Daar komt dan mijn loyaliteit. Ik ging terug. Grijs zijn lukte niet. Ik neem meer verantwoordelijkheid. Ik ben loyaal.
Dom natuurlijk. Ik ben vervangbaar. Iedereen is vervangbaar. Maar door mijn onzekerheid ga ik dit niet uit de weg. Dát is het. Onzekerheid, angst. Alles is terug te brengen tot angst. Terwijl ik weet dat ik dit kan. Natuurlijk kan ik dit. Maar ik maak me wel zorgen over de gevolgen. Grijs zijn was zoveel slimmer geweest.
Ik ben wel slim. Of slim genoeg. Weet ik veel. Maar ik ben soms ook enthousiast en impulsief. Impulsief zeker. Recht door zee. Niet altijd door iedereen geapprecieerd. Maar niks aan te veranderen. Geprobeerd en gefaald. Of zo. Niet helemaal. Ik ben al gematigder, maar ik ben ook emotioneel en samen met enthousiasme, impulsiviteit en passie is dat een combo die geleid heeft tot mijn nieuwste functie.
Oké, genoeg erover. De post is verouderd. Ik wil het ook niet negatief maken. Maar het enthousiasme voel ik nu even niet. En dat zou vroeger anders geweest zijn. Dat is de depressie. De staart van de depressie. Dat is wat het is. Es lo que hay. Ik wil de overgang maken naar waarom ik nu kom schrijven.
Helaas is die overgang ook niet echt positief. 't Is om niet alleen te zijn. De sociale bui, zoals ik hierboven al schreef. We hadden net twee evaluatiedagen. Twee volle werkdagen. Of alleszins twee volle dagen op school. 't Is niet dat ik als halftijdse collega de hele tijd overleg heb. Maar ik hoor er wel te zijn, fulltime, net als die fulltime collega's.
De twee dagen eindigden met een verplicht cafeeke. Niet dat dat erg was, ik vond dat niet erg. Maar het cafeeke is normaal na de uren, en nu begon het het laatste lesuur. Dus verplicht. Zelfkennis. Ik zet me aan de kant. Rustig op een stoel, babbelend met collega's met wie ik een zekere band en connectie heb. Aan de kant, omdat dat minder afleiding en prikkels geeft. Minder, het is niet weg.
Vroeger was ik altijd degene die bleef plakken tot het einde. Naast Geert, met Geert. Mijn favoriete collega. Dat zal niet veranderen. Maar naast en met hem de keet afsluiten, dat is er niet meer bij. Hoe komt dat toch? Ging ik dan altijd over mijn eigen grens vroeger? Mogelijk. Het probleem is dat ik vanavond ook over mijn eigen grens ga gaan. Alleen, in mijn zetel. Is dat dan beter? Ik weet het niet. Ja, minder prikkels, minder tot geen kans op overprikkeling. Maar toch. Het voelt wrang. (Tweede keer in deze post dat ik deze term gebruik? Ik weet het niet. De afgelopen twee dagen had ik enkele keren een wrang gevoel.)
Analyse. Wat is er veranderd?
Vroeger:
- ging ik werken met de trein, dus was alcohol drinken geen issue.
- was ik jonger. (Is dat echt een argument?)
- kende iedereen me. (Uhu - ik zit hier maar te zoeken precies)
- negeerde ik mijn eigen gevoel/grens.
- had ik nog de esperanza ergens bij te horen. (Wow, weer te eerlijk)
Nu:
- ben ik moe, waardoor ik met de auto ga werken want dat kost waarschijnlijk minder tijd.
- voel ik nog meer aan hoe en wat. (Moeilijk uit te leggen, ik voel gewoon dingen)
- lijk ik onzekerder.
- zit ik in mijn schulp. Mezelf tonen ... lastig .....
- tracht ik te doen wat goed is voor mij, voor mezelf. En is dat blijven plakken met een groep collega's met wie ik geen connectie voel? Met als verbindende factor Geert?
Geert met wie ik niet meer die relatie heb. Laat ik eerlijk zijn. De dingen gewoon benoemen. Wij hebben die relatie niet meer. Zoals zovele relaties ging die om zeep in die drie kutjaren. Ik noem het zoals het is. Die drie kutjaren deden zoveel kapot. Damn. Nu ben ik hier weer. Maar zo voelt het voor mij.
De mensen die nog wel in mijn leven zijn op min of meer dezelfde manier, hanteerden het motto 'leven en laten leven'. Er zijn mensen, zoals Geert, aan wie ik me vast probeer te houden. Er zijn er nog hoor. Maar hem heb ik vernoemd en hij is de enige die me nu voor de geest komt. Want het is vrijdagavond, ik zit hier, alleen, in mijn zetel, met alweer dat strijdlied. Helemaal geen strijdlied. Maar het lied dat me zo'n deugd deed tijdens de betogingen. Het deed deugd, maar het bracht me niks. Op de lange termijn. Want hier zit ik.
Als er iets is dat ik leerde in die hele periode, is dat de toekomst onvoorspelbaar en onzeker is. Wat ik hoorde te leren, is mijn emoties toelaten. Ik probeer dat, maar door al te snel verder te typen, slik ik ze toch weer in. In ieder geval, de toekomst kennen we niet. We proberen er het beste van te maken.
Ik keek er nog niet echt naar uit, naar de zomer. De vakantie. Het was allemaal eender. Chris leeft er al maandenlang naartoe. Sinds hij terug is van Penadexo, eigenlijk. Van 'onzen berg', zoals ik het soms noem. Nu het allemaal wat dichterbij komt, begin ik toch ook af te tellen. Ik begin er naar uit te kijken. In onze tent op onzen berg.
Want het blijft ons exitplan. Het exitplan waarvan wij geloven dat we het nodig zullen hebben. Alle loyaliteiten opzij gezet. Op dat moment kiezen we voor onszelf. Voor onszelf en de gelijkgestemden. Misschien deden we dat wat weinig in de voorbije vier jaren. Andere wakkeren kwamen vol energie uit deze periode. Maar ik niet. Ik haalde er geen nieuwe vriendschappen uit. Wel een nieuwe tandarts. Jups. Niet voor nu. Nu geen zin in.
Het wordt tijd om hier af te ronden. Al is het maar omdat ik een bericht kreeg van een voor mij onbekend nummer over mijn salsa(lessen). Damn. Nog zo'n reden waarom ik beter de grijze muis was gebleven. Ik verloor in al mijn enthousiasme even het toekomstbeeld uit het oog. Het beeld van halftijds werken (of ietske meer omdat de kosten niet gedekt bleven), mijn salsa verder uitbouwen en een vluchtweg naar Galicia.
Maar kom. Sinds deze week heb ik mijn Número de Identificación Español, waarmee ik vastgoed kán aankopen in Spanje. Weer een stapje gezet! Gek bezoek was dat, aan de Spaanse ambassade. Niet dat ik er nu nog ga over vertellen. Vraag het me maar eens, wanneer je me ziet en als je het wil weten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten