step by step
paŝon post paŝo
stap voor stap
paso a paso
Jaren geleden was ik in therapie bij Femke. Zij raadde me een zelfhulpboek rond burn-out en stress aan. Eén van de opdrachten in dat boek was om een lijstje te maken van dingen die je al lang wilde doen. Op mijn lijstje stond Esperanto leren. Ik had er ooit over gehoord in mijn puberteit en het had me nooit losgelaten. Het was zoiets dat ik gewoon wilde doen, zoals mijn jaar naar Honduras
Terwijl ik het schrijf, wil ik al meteen uitweiden naar iets dat ik ook wilde doen na dat jaar Honduras. Na dat jaar waarin ik zo goed Spaans leerde, wilde ik ook graag Zweeds leren. Het idee was toen dat ik ook nog een Erasmusjaar in Zweden zou doen. Dat kon voor ik 30 werd. Het is er helaas nooit van gekomen. Ach ja. Het zit nog wel in mijn hoofd, maar dromen veranderen. Levens veranderen. En ik kan nog altijd Zweeds leren (op een andere manier). Alleen dat het me nu net niet aantrekkelijk genoeg lijkt.
Terug naar de kern. Chris was in die tijd van Femke aan het experimenteren met Duolingo. Hij was Spaans aan het leren (wat hij niet goed volhield en dat heeft hij deze week mogen ervaren, daarover later misschien meer) en ook wat Chinees. Dus ik ook naar Duolingo. Ik besloot Esperanto te leren vanuit het Spaans. Want Esperanto lijkt wel wat op Spaans (en op Nederlands, Frans, Duits, Zweeds, Russisch,...) en ik wilde niet dat met mijn Spaans hetzelfde zou gebeuren als met mijn Frans. Voor als je niet weet wat daarmee gebeurde: ik verloor het door Spaans te leren. Dus ik wilde niet dat Esperanto me mijn Spaans zou doen verliezen.
Ik rondde de volledige cursus Esperanto in Duolingo af. Ik had toen een 'streak' (racha in het Spaans) van over een jaar. En dan begon ik te herhalen. Tot ik dat beu werd. Want in alle eerlijkheid, verder dan Duolingo ging ik nooit. We hebben een esperanta klubo hier in Antwerpen, achter de hoek van waar ik vroeger woonde. Niets mee gedaan. Er zijn series online, onder andere op Youtube, in het Esperanto. Niets mee gedaan. Wat ik wel deed was tweedehands boeken zoeken in het Esperanto. Weinig succesvolle zoektocht. De paar dingen die je vindt zijn ofwel poëzieboeken ofwel collectors items strips. En die kosten geld, te veel geld voor wat ik zoek.
In mijn voorbereiding op verhuizen en verhuizen en verhuizen, besloot ik al mijn Spaanse boeken te verkopen. Die boekenkast waar ik al zolang van droomde, zou er toch niet komen. Dromen veranderen. Dus ik verkocht mijn Spaanse boeken. Wat betekent dat ik nu geen nieuwe collectie ga beginnen aanleggen van boeken in het Esperanto.
In ieder geval, ik rondde de cursus in Duolingo af. Ik verloor mijn Spaans niet, al herinner ik me momenten dat ik het woord in Esperanto gebruikte in plaats van het Spaanse. Maar over het algemeen leerde ik er zelfs meer Spaans door. Hier en daar een woord, maar toch. En dan stopte het.
Het stopte tot 657 dagen geleden. 657 dagen van oefenen zijn dat. Dat is mijn huidige racha. Je krijgt gelukkig protectores de racha, anders zou ik er niet zoveel hebben. Maar waarschijnlijk ben ik dus ongeveer twee jaar geleden opnieuw begonnen met Esperanto oefenen. Oefenen, ja, want ik rondde de cursus af. Ik heb al een paar keer overwogen om een andere taal te beginnen leren, zoals Zweeds, maar voorlopig is er toch niet genoeg drive daarvoor. Ook onvoldoende drive om meer te doen met mijn Esperanto dan Duolingo. Ach ja.
En nu, nu de echte kern. In mijn herhalen kwam ik de uitspraak paŝon post paŝo tegen. In het Spaans is dat paso a paso. In het Engels zegt men step by step. En in het Nederlands stap voor stap. Merk je het? Telkens gebruikt men andere voorzetsels. Dat is toch bijzonder?! Ik vind dat bijzonder. Bijna buitengewoon. (oeps)
In het Nederlands is wat bovenaan deze post staat:
stap bij stap
stap na stap
stap voor stap
stap naar stap
Het is toch gek hoe elke taal die kleine verschillen maakt?! Ik vind dat gek. Ik denk over zo'n dingen na. En ik weet dat ik niet de enige ben. Met Pat herinner ik me een gesprek over de verschillen tussen Portugees en Spaans. Vooral de woorden die de h en f vervangen: fumo-humo, falar-hablar. Dat gesprek voerden we naar aanleiding van 'ons' Galicia-verhaal. Want in Galicia spreken ze ook Gallego, wat voor ons lijkt op een combinatie van Portugees en Spaans. Het is eigenlijk "vulgar Latin", zo leert internet me. En het Portugees is daarvan afgeleid, van het vulgair Latijn dat men in Galicia sprak. Haha. Grappig. Grappig omdat het niet mijn punt was, maar tijdens het schrijven ontdekte ik dit, al surfend.
De verschillen dus. Als ik een favoriet zou kiezen, zou het het Esperanto zijn. Want al die andere zijn toch ineens wat raar. Waarom zeggen wij 'voor'? Terwijl het toch gaat over vooruit gaan, het gaat over de stap die volgt, niet over degene die we voordien zetten. En dan kan ik heel filosofisch worden en het echt gaan uitspitten. Dat de stap die we ervoor zetten ook belangrijk is, dat die heeft geleid tot de stap die we nu zetten. Ja ja, dat kan allemaal goed zijn. Maar uit die vibe ben ik uit door alle problemen voor ik kon beginnen schrijven (zie voorgaande post). Dus ik ga het hier afronden. Hou je vooral niet in om er zelf filosofisch over na te denken!
Gallego. Spaans. Frans ook. Chris heeft zijn portie de afgelopen week gehad. Hij is naar Galica geweest. Hij is nu op de terugweg. Zal nu rond Parijs zijn. Want wij vliegen niet meer, wij rijden. En ik ben niet mee, want vier dagen in de auto met maar één week vakantie, dat zag ik niet zitten. Zeker niet met mijn verjaardag dit weekend.
Maar dus ja, dat colonistas verhaal is een verhaal waar wij nog steeds mee aan schrijven. Zij op het de achtergrond. Ik noem het nu plan C. Niet dat er een plan B is. Maar ooit was het plan B en nu verdween het meer op de achtergrond. Dus ik noem het nu plan C. Hoe ik het ook noem, wij vinden het nog steeds belangrijk (genoeg).
Wij geloven nog altijd dat alle sh*t die we de afgelopen jaren meemaakten, niet het laatste in ons leven zal zijn. En wij willen iets beter voorbereid zijn deze keer. Iets beter. Een lapje grond op een berg waar ook gelijkgestemden zijn, is een stap in de goede richting. Un paso, paŝo, a step. Dus Chris is dat lapje grond gaan bekijken.
Ik durf bijna niet, omdat ik geen polemiek wil starten. Maar dat zal niet gebeuren. Er zijn nog amper mensen die dit lezen en nog minder die reacties achterlaten. Dus, ik doe het gewoon. Vanuit de optiek dat dit mijn wereld is. Chris en ik kijken wel eens naar elkaar. We hebben de woorden niet nodig. Al spreken we ze soms wel uit. Hoe opvallend sommige dingen zijn: plotse onverwachte overlijdens, miskramen en al die mensen die wekenlang ziek zijn. Blijkbaar gaat er iets vervelends rond, zo horen wij vertellen. Een soort verkoudheid die wekenlang aanhoudt. Moeilijk om er van af te geraken.
Wij zitten er midden in, maar wij krijgen het niet. Vreemd, toch? Maar dat mogen we niet zeggen. Enkel tegen elkaar mogen we dat zeggen. En tegen andere niet-geprikten. Zij merken dat ook op. En zij lachen mee met ons. I'm sorry. We kunnen er toch beter de grap van inzien? 't Is niet echt lachen, maar toch. Het valt ons op.
Nee, we mogen er nog steeds niets van zeggen. Nu ik terug op school werk, valt het me op hoeveel mensen nog altijd blind geloven in wat ons toen verteld werd. Hoeveel mensen nog steeds geloven wat men ons nu vertelt. Zoveel mensen die nog altijd panikeren als er iets over in de media verschijnt. Maar Fie die een raam openzet omdat de CO²-meter op rood staat, dat kan niet hoor! Nog altijd kan dat niet. Vreemd. Vreemd. Vreemd. (x1000)
Ja, het heeft me gebroken. Het heeft me kapot gemaakt. Ooit ga ik misschien kunnen zeggen dat het me veranderd heeft. Dat is ook zo. Maar ik ben nog altijd diep gekwetst. De pijn is nog niet weg. Het heeft me inderdaad veranderd. Dingen waar ik vroeger van genoot, laten me nu koud. Dingen die ik vroeger leuk vond, laten me onverschillig achter. Ik tracht het positieve eruit te halen. Ik werk minder, verdien minder, en kom toch toe. Want als ik niet meer meedoe aan de rat race en als middenklasser zoveel mogelijk mijn zuurverdiende centen wil gebruiken om de wereld te zien, heb ik minder nodig. Dat is positief.
Wat het me niet kon afpakken, was mijn liefde en passie voor salsa. Dat is een constante gebleven. Min of meer. Want doordat ik nog altijd lijd, zit ik hier op vrijdagavond te schrijven in plaats van me klaar te maken om te gaan dansen. Het lukt me soms echt niet om mezelf naar de dansvloer te krijgen. En toch blijft salsa mijn passie, mijn liefde.
Het is nog altijd zo dat ik er honderduit kan over vertellen, urenlang. Ik geniet enigszins van de lessen die ik geef. Deze vakantie werkte ik aan mijn leerlijn voor het komende jaar. Ik ben al een heel eind ver! Ik heb ook weer 250 posters en 1000 flyers klaar liggen. Dus ik weet weer wat doen de komende weken! Laat ik met deze positieve noot maar gewoon eindigen. Goed plan.
Nee, het gaat nog niet. Eens ik de microbe te pakken heb. Ho, ik wil zoveel meer schrijven. Maar alles is geschreven. Ik heb alles geschreven en herschreven en nog eens herhaald. Mijn standpunt is duidelijk. Dat ik daar veel mensen mee verloor ook. Maar kom, bij het nalezen haalde ik een giga-schrijffout uit de vorige alinea. Ik schreef positieve nood. Freud?