vrijdag 5 augustus 2016

op een onbewoond eiland




Onze kampeertrip, daar kom ik over vertellen.  Het begon maandagochtend met een zure appel.  We kwamen toe bij de outfitting store, zij hadden alles voor ons geregeld, en de kostprijs bleek heel wat hoger te liggen dan wat ik in gedachten had.  Dat kwam door drie redenen: ik had gerekend per nacht en niet per dag, we vergaten de belastingen en de prijs per dag lag 20 dollar hoger dan wat we hadden afgesproken in de mail.  Ik had niet veel zin in discussie, dus heb ik de kredietkaart boven gehaald en betaald.  Om je een idee te geven: we betaalden het dubbele van hetgeen ik op voorhand berekend had.

We kregen de routebeschrijving om tot bij het park te rijden en vertrokken.  Toegekomen bij het park, een volgende obstakel.  We hadden geen kampeerplaats gereserveerd, maar de organisatoren hadden dat ook niet gedaan.  Wij dan maar gewacht tot iemand van hen toekwam, ze zouden sowieso ons eten en kookgerief nog achterna brengen.  Na een uurtje konden we eindelijk vertrekken, nadat we nog enige informatie doorgaven en betaalden om te mogen kamperen in het park.

Matt bracht ons met de watertaxi naar onze kampeerplaats.  Hij had een prachtige plek uitgekozen, en ‘de kamer’ was behoorlijk compleet: tent met luchtmatjes en slaapzakken, barbecue, kampvuur dat al lichtjes smeulde, stoelen en tafel,…  Er was ook heel wat reservemateriaal voorzien voor als er iets zou stuk gaan.

We logeerden op een eiland, helemaal alleen!  Grote voordeel was ook dat we ons minder zorgen hoefden te maken over dieren die ons eten zouden kunnen stelen.  We dienden daarom het eten niet vier meter boven de grond te hangen, zoals op andere plaatsen in het park.  Stel je dat voor, zeg!  Al snel voelden we ons helemaal thuis, en hadden we voor elke plaats op ons eiland een geschikte naam gevonden: zwemplaats (aan een zandstrandje), garage (voor de kano), keuken, badkamer, afwaskeuken, de heuvel,…  Het toilet, dat was een typische hudo, weliswaar met een wc-bril, dus het viel behoorlijk mee.  Wel speciaal om naar toilet te gaan midden in het bos, kijkend naar alleen maar bomen rondom je.

Zoals ik al zei, stond in de garage een kano.  Gelukkig maar, of we zaten gevangen op ons eiland.  Matt gaf ons nog enkele tips voor kanotripjes en een handige kaart van het meer. We logeerden op het grootste meer in Algonquin Park, namelijk Opeongo meer.  De eerste dag installeerden we ons, genoten we van de rust en voeren we rond het nabijgelegen eiland.  ’s Avonds gingen we op moose-jacht.  We gingen naar Hailstorm Creek, waar naar ’t schijnt bij zonsopgang en –ondergang kans is om de dieren te spotten.

Na een tijdje peddelen in de creek, ontdekten we een beverdam.  We dienden de kano via land terug in het water te brengen.  We zagen natuurlijk ook een bever!  Foto’s lukten niet goed, we kregen onvoldoende scherp gesteld en het dier zwom snel en dook erg vlot onder water.  Omdat we voor het donker wilden terug zijn, keerden we al vrij vroeg terug.  Die avond zagen we dat je tot 22:00 nog wel wat zicht hebt op het water, dus dat we later hadden kunnen blijven.

We eindigden de avond met marshmallows boven het kampvuur en een spelletje in de tent.  Het spel heet mystery grams, ik kocht het hier in Canada.  Ik had er iets totaal anders van verwacht, iets met mysteries die omschreven zijn en je dient op te lossen.  Het is echter een rebusspel, niet simpel in het Engels!  Chris is gewonnen.

Dinsdag wilde Chris graag een daguitstap maken.  We voeren naar een doorsteekplaats naar een ander eiland.  De kano dienden we meer dan 2 km ver te dragen.  Mij leek dat geen goed idee, maar Chris zag het blijkbaar helemaal zitten.  Met de kano op zijn schouders begon hij aan de tocht.  Te weten dat we ook nog terug gingen, er was geen andere route!

Ik vond die dagtocht maar niks.  Gewoon een ander meer, met meer eilanden en bomen.  Het water was frisser dan ‘bij ons’, of dat gevoel had ik toch.  Ik had de nacht ervoor amper geslapen (toch wat bang hoor) en dat deed er geen goed aan.  Ik was heel moe en had ook last van hormonen, waardoor ik heb zitten huilen in de boot.  Stom, maar ja.

Eindelijk terug op ons eiland aten we opnieuw hamburgerbroodjes, ik met veggievlees, Chris met kip.  Er waren ook worteltjes en rijst voorzien.  De catering was behoorlijk geslaagd eigenlijk!  Het was al een eind na 19:00, maar ik wilde absoluut terug op zoek naar elanden.  Dus wij opnieuw de kano in.  Alweer naar dezelfde creek.  Ik vond die creek overigens een prachtige locatie: veel lelies en gras in het water, heel knappe uitzichten zo op het einde van de dag.

Helaas hebben we weer geen moose gezien, wél meerdere bevers en een pad.  Deze keer lukten de foto’s wel.  We voeren iets dieper dan de avond ervoor.  Uiteindelijk beseften we omstreeks 20:30 dat het al te donker werd voor foto’s, dus keerden we terug.  We waren nogal impulsief vertrokken, en zaten op het water zonder zaklamp.  Toch een beetje griezelig vond ik dat.  We ontdekten ook dat de uilen die we de nacht voordien hadden gehoord, geen uilen waren.  Het waren loons (gavia in het Nederlands, blijkbaar): grote vogels met zwart-witte kleuren.  Ze zitten op het water als eenden, maar kunnen onder duiken en ver zwemmen. Ze komen dan wat later ergens totaal anders boven.  Maar ze kunnen verdomd veel lawaai maken ook, zowat huilend, gek eigenlijk.

Die avond sliep ik wel goed, we waren erg moe van al het peddelen en ook van de insecten weg te slagen.  In die creek werden we echt enorm aangevallen, de Off hielp amper.  Ik heb heel wat beten overgehouden aan onze trip naar Algonquin Park.  Tja.  Toen ik woensdagmorgen de deur van de tent open deed, voelde ik het onmiddellijk: veel te veel wind!  De wind stond recht op ons woongedeelte, niet aangenaam!  Ik heb bijgevolg niet meer gezwommen, het zou te koud geweest zijn wanneer ik uit het water zou komen.

We waren allebei ontzettend stijf van al het roeien.  Chris zijn schouders waren eraan.  Toch wilde ik nog tot bij het naburige vogeleiland gaan.  Dat was een eiland met dode bomen en heel veel vogels en hun nesten.  Toen de wind niet zo sterk blies, hoorden we alle activiteit van de vogels tot bij ons.  Ik wilde graag nog wat foto’s van de dieren.

Wij dus toch de kano in, en peddelen maar!  Niet simpel met die wind, maar we zijn er geraakt.  Spijtig genoeg is het moeilijk om goed te fotograferen vanuit een kano op het water, dus eigenlijk was dat tripje overbodig geweest.  Toen we terug op ons eiland waren, was het al ver na lunchtijd.  Snel voor eten gezorgd en dan beginnen inpakken en opruimen.  Jimmy kwam ons ophalen en daarmee zat onze kampeertrip erop!

We hadden nog drie uren autorit voor de boeg. Onderweg stopten we voor avondeten in Bancroft, daar kenden we het al.  We kwamen in het donker toe in onze loft in Prince Edward.  Gisteren reden we over Highway 33, de Loyalist Parkway.  We hielden fotoshoots met de barn quilts en kochten nog wat dingen voor onszelf en anderen.  ’s Middags hebben we lekker gegeten in een restaurant dat bij de ‘taste trail’ hoort.

Vandaag zullen we verder rijden op diezelfde parkway, om naar Gananoque te gaan, de laatste halte voor we terug in Montréal toekomen.  Wat we nog gaan doen is me niet helemaal duidelijk.  Ik wil nog wel ergens wandelen, maar ik heb nog niet uitgezocht waar dat kan.  Ik wil ook graag nog op zoek naar schildpadden, want we zien hier veel waarschuwingsborden voor overstekende schildpadden.

Morgen zou het fijn zijn om Boldt en Singer Castle te bezoeken.  Echter, we zijn nog niet zeker of we dat effectief zullen doen.  We zien wel.  Tijd om te gaan inpakken, alweer!  En misschien nog even turen door het grote bos van Andrea, want ik wil nog wel hertjes zien.  Gisterenavond schrok ik me te pletter toen er plots een hert uit de bosjes sprong.  De sprongen kon ik niet op beeld vastleggen, het dier in stilstand wel.  Ja, we zullen Canada missen geloof ik!  Hoewel ik me het land moeilijk kan voorstellen in de winter, ik denk dat het hier dan té koud is voor mij!

Geen opmerkingen: