woensdag 24 oktober 2018

pido ayuda


Twee weken geleden bleek ik goed ziek te zijn.  Praktisch een heel weekend bracht ik in bed door.  Heel jammer, want ik had er toen erg naar uit gekeken om in ons huis te werken.  Maar aangezien ik een workaholic ben op mijn échte job, gaf ik daar voorrang aan.  Dus ik rustte, zweette, dronk theetjes met honing, deed dutjes,...zodat ik 's maandags zou kunnen gaan werken.

Ik ging werken, weliswaar niet gezond.  Ik had ook kunnen thuis blijven.  Doch, eer ik aan zoiets toegeef...!  Of ik dan niets heb geleerd uit het verleden?  Blijkbaar niet, of toch heel weinig.  Intussen heb ik wel bloed laten prikken, en die resultaten hoor ik morgen.  Dat heb ik dan toch geleerd, niet té lang laten aanslepen.

Alleszins, tegen het einde van vorige week voelde ik me al terug iets beter.  Niet dat de verkoudheid weg was, maar het koortsige gevoel was al minder aanwezig.  Echter, toen werd het vrijdag.  En vrijdag had ik in de namiddag een vergadering voor GOK, en 's avonds hadden we Italiaanse Avond.  Jep, daar liep het even mis. [Jawel: een collega huilend in de armen vallen, in volle shift-wissel.]

Er was veel frustratie bij mij, rond onze leerlingen, die avond.  Velen hebben het gezien en gevoeld.  Nu besef ik dat het niet professioneel was.  Uiteraard niet.  Maar ik ben ook maar een mens, en mensen maken fouten.  En als je niks doet, kan je ook niks verkeerd doen. En ik doe nu eenmaal veel.  Daarover bestaat geen twijfel.

Soite, na de restaurantavond bleef ik met enkele collega's nog wat plakken.  En dat deed me wel goed, vond ik.  Een beetje lachen, leuke herinneringen ophalen...  Ik kwam licht aangeschoten thuis, en de ergernissen van die avond leken weggeëbd.  Het was voorbij, en volgend jaar doen we beter!  Zoiets.

Tot zaterdagmorgen.  Ik had amper energie om uit mijn bed te komen.  Ik had nochtans allerlei plannen: de was doen, een beetje poetsen, administratie voor Elzy en mezelf, voor school werken, misschien nog naar Berchem.  Dus ik sleepte mezelf uit bed, maar nog geen half uur later zat ik terug op de rand van het bed.  Met tranen.  En niet kunnen stoppen.  Oh, oh, here we go again... 

Ik weet al sinds begin juli dat het minder goed gaat dan ik dacht.  Dat er blijkbaar toch nog bepaalde triggers zijn die me volledig uit balans kunnen halen.  Ik weet ook dat ik geen batterijtjes oplaadde deze zomer.  En ja, ik weet dat ik werk, werk, werk.  Ik werk, werk, werk, omdat ik ooit snakte naar erkenning.  Ik heb ontzettend hard gewerkt om te staan waar ik nu sta, op professioneel vlak.  Ik voel me gewaardeerd.  En toch, toch besef ik nu dat ik er niet gelukkig(er) van geworden ben.  Spijtig, hé.

In ieder geval, ik heb zaterdag tot kort na de middag gehuild.  En ik heb het benoemd, stap 1...  Mijn draagkracht is op.  Ze is op.  En dan stop ik met functioneren.  Heel veel in mijn hoofd, maar volledige blokkade.  Dus nam ik een beslissing: Het is nodig dat ik hulp vraag!  En alweer, net zoals in de zomer, zocht ik die hulp op een verrassende plaats.  Maar ik zocht ze, én vond ze. En dat voelt natuurlijk goed.  Zondag kon ik bijgevolg toch een paar dingen doen.

Vandaag heb ik weer zwaar over gewerkt.  Er zijn wat deadlines die ik al overschreed.  Dus heb ik deze namiddag alweer op school doorgebracht.  En ik vind dat niet zo erg, maar ik besef dat het niet helemaal oké is.  Het probleem is dat ik uit bepaalde bronnen geen kracht kan putten momenteel.  Ik heb bruggen opgeblazen, en ik doe dat nog steeds.  Daardoor krijg ik de batterijen ook veel moeilijker opgeladen.

Want hulp vragen is een hele opgave voor mij, maar 'de dingen' benoemen zeker ook!  "Wat is het ergste dat er kan gebeuren?"  En toch slaag ik er niet in om dat gewoon te doen.  Ik haat mezelf daarvoor.  Ook dat is niet goed, I know.  Ik mis natuurlijk m'n therapeute heel hard.  Ik heb haar een kaartje bezorgd, en ze heeft me via mail bedankt.  Ze laat weten dat het naar omstandigheden goed gaat met haar, maar dat de chemo alvast doorloopt tot februari.  Dus ik zal nog niet direct terug naar haar kunnen.  En voorlopig zie ik een andere therapeut niet zitten.  Nog steeds niet.  Grote stap, en ik ga nu even voor de kleine stapjes.

Volgende week heb ik vakantie.  En neen, ik heb geen ontspannende plannen gemaakt.  Ik weet het, ik weet het.  Doch, ons huis, ons huis.  Ik zie wel hoe de week loopt.  Met niet te veel tranen, dat zou een goed begin zijn.  Want zo huilen omdat het op is, dat is niet leuk.  Misschien vind ik eindelijk de moed om constructief te praten, en misschien wordt mijn vakantie dan top.  Quizas.

Geen opmerkingen: