woensdag 9 april 2025

Yendo a nuestra montaña


Zaterdag rond 14 uur vertrokken we richting onzen berg. Al was de eindbestemming deze keer niet ons dorp, maar reden we twee dorpen verder. Het is ’s nachts nog te koud om te kamperen, dus boekten we een verblijf in O Busto. De auto berekende dat we met onze volle batterij tot net voorbij Parijs zouden geraken, een rit van vier uren.

Ik begon te rijden. Parijs geeft me altijd stress op voorhand, maar eigenlijk valt dat heus mee. Ik ben Antwerpen gewoon hé. Echter, de auto had misrekend, want we hadden natuurlijk wat bagage mee. En wie weet hoe de wind staat, dat heeft ook een effect natuurlijk. Dus kwamen er enkele herberekeningen, en plots zouden we gaan laden ín Parijs. Nee, dank je. Dus kozen we voor Senlis, dat wordt al wat een gewoonte op weg naar Spanje.

De auto heeft een nieuwe instelling: je kan aangeven met hoeveel procent batterij je op je bestemming wil toekomen. Zeer handig, want we weten dat we ongeveer 10% nodig hebben om van Pobra de berg op te rijden. Doch, wij stelden 30% in, en dan wilde de auto ons bij elke lader laten toekomen met die 30%. Dat betekent meer stoppen, dat doen we niet hoor! Dus zetten we de instelling op 5%, tot bij de laatste Supercharger.

Chris reed verder vanuit Senlis. “Heb je dat gezien? Er stond een hertje in de berm.” Ik had het niet gezien, maar antwoordde “leuk”. “Ho, leuk…”, was Chris zijn reactie. Neen, eigenlijk niet leuk. Gevaarlijk. Toen was het middernacht en waren we twee laadstations verder. Ik nam het stuur opnieuw over. Wat was het rustig! Dat is het in de zomer ook, maar nu was het nog kalmer.

Ik reed de hele nacht, tot 9 uur ongeveer. Bij het laatste laadpunt in Frankrijk, nam ik een uitgebreide pauze. Ik at nog een boterham met omelet en yoghurt met fruit, vezels, zaden en pitten. Want ik had honger. Of was ik vermoeid? In ieder geval, slapen in een voertuig kan ik niet, dus ik rijd de nacht. En de nacht rijden, blijft een goede beslissing!

Het enige nadeel van in het donker rijden, is dat je niet kan genieten van de natuur. Ik weet dat we een heel lang stuk door het groen rijden in Frankrijk, maar daar zien we niks van natuurlijk. Nog iets dat onze auto heeft, zijn grootlichten die automatisch werken. Hij detecteert ander verkeer en schijnt op zo’n manier dat anderen geen last hebben van ons licht. Behalve de tegenliggende vrachtwagenchauffeurs, naar mijn gevoel. Ik ben er toch een twintigtal gekruist die flashten naar mij. En nee, het was niet om aan voorbijstekende auto’s te laten weten dat ze er voorbij waren. Want er waren geen andere auto’s op die momenten. Vervelend, want de grootlichten uitzetten is eigenlijk geen optie. Dan wordt het rijden wel erg vermoeiend. (Luxepaarden die we zijn.)

Wat de auto dan weer niet automatisch aanzet, zijn mistlichten. Zonde en licht gevaarlijk. In Baskenland was het vrij mistig op sommige plaatsen. Er stond ook op een bord boven de weg dat je je mistlichten moest aandoen. Maar op die bochtige autosnelweg is dat niet simpel met een auto waarbij elke bediening via het grote scherm gaat.

Jawel, ik heb Baskenland voor het eerst gereden. Toegegeven, in bijna ideale omstandigheden. Bijna ideaal, want toen het even licht begon te regenen, konden noch ik noch de auto nog goed zien waar te rijden. Door het uitgesmeerde kerkhof op onze voorruit. En dan begint de auto luid te piepen omdat ie niet meer voor mij wil sturen. Irritant. En om van te verschieten, eigenlijk.

Maar verder waren de omstandigheden ideaal. Vorige zomer reed Chris Baskenland, toen was het drukker. En dan word je makkelijker verrast door traag verkeer op de eerste rijstrook. Want ondanks de maximumsnelheid 120 km/u is en sneller naar mijn gevoel ook niet gaat, zijn er mensen die sneller rijden. Doch, die waren er niet op een zaterdagnacht in april. Dus wanneer ik in de verte een vrachtwagen zag, ging ik al op de tweede rijstrook rijden. Chill….!

Het aanbreken van de dag kwam niets te vroeg. Ik was het rijden in het donker beu. De zon kwam achter ons op, ik genoot van de mooie kleuren in de zijspiegels. Intussen waren we al in Castilla y León, het saaiste deel van de rit. Saai omdat je daar op de hoogvlaktes bent. Alles is plat en er zijn geen bossen. Maar er zijn wel hertjes! Ik spotte er vijf in totaal. En ook twee konijnen.

Daglicht, dat betekent dringend de voorruit poetsen. Dus we stopten bij een tankstation. Komt een vrouw op ons afgelopen om ons te bedienen. “Solo vamos a limpiar el vidrio, es un coche eléctrico”. Dat had een grappig verborgen camera filmpje kunnen worden! We dronken er een koffietje, ik zondigde door het aangeboden stukje cake erbij te eten. En we kochten eitjes, die we bij aankomst konden klaarmaken. Aangezien op zondag alles dicht is en we ons voorziene eten voor onderweg al allemaal verorberd hadden.

Rond de middag kwamen we toe op onze bestemming. Daar wachtte ons een onaangename verrassing: door een windhoos twee weken geleden, vloog een stuk van een dak weg. Net van het gebouw waarin wij zouden verblijven. Dus in plaats van een appartement met prachtige uitzichten, verblijven we nu in een huisje dat we omdoopten tot “de grot”. In de leefruimte heb je niet door of het dag of nacht is, zo donker. En bovendien is de verlichting zó artificieel: een heel koude, witte kleur.

Na een nacht niet slapen, kan ik zoiets moeilijk aan. Ik heb verschillende keren gehuild de voorbije dagen. Want ik heb daglicht nodig. Gelukkig is het voorlopig mooi weer. Dus ik ga zoveel mogelijk naar buiten. Ook nu zit ik buiten met mijn laptop. Echter, koken is binnen in onze grot te doen. Ik heb het wel laten weten aan Soraya, de uitbaatster. Als de dakwerken tijdig klaar zijn, kunnen we in het weekend mogelijk verhuizen naar het appartement. Ik kijk er tegenop om alles terug in te pakken, maar met het vooruitzicht op slechter weer, lijkt verhuizen toch een slimme optie.

Meestal laad ik niet heel mijn koffer uit. Deze keer deed ik dat wel, omdat we ook veel voedingsmiddelen mee hadden. En die zaten in mijn koffer. Dus nam ik drie kasten in het huisje in gebruik. Maar kom, als we nog een week wel naar buiten kunnen kijken, is dat veel waard!

De eerste dag vond ik O Busto maar niks. Er is hier meer wind dan in Penadexo. Dat merkte ik eergisteren, toen ik in mijn jeansbroek wegsmolt in ons dorp. En aan deze kant van de berg zijn er bosbranden geweest, waardoor alles nogal droog en kaal is. Gisteren wandelden we naar de top van de berg, en dat was vier uren in de zon. Bijgevolg zie ik goed rood nu, en durf ik vandaag niet in de zon komen. Beetje jammer, want vanaf overmorgen halveert de temperatuur…

De rust, de rust! Natuurgeluiden, verder niks. Koebellen, ja. Want hier wonen koeien en enkelen dragen een bel. Er zijn ook kalveren, zo schattig om die bezig te zien! De gastenverblijven zijn hier van alle gemakken voorzien: een kleine vaatwasser, een grote koelkast en drie lades diepvriezer. Handig wanneer de supermarkt op 40 minuten rijden is. In de zomer moeten we het stellen met onze koelkast in de auto en extra koeltassen. Maar dat werkt niet zo goed. Nu hebben we voor meer dan een week eten gekocht, waaronder vier soorten diepvriesgroenten. Echt handig!

Ik ga stilaan afronden. De zon schuift op, en de laptop staat intussen in de zon. Ik wilde eigenlijk over de rit hiernaartoe schrijven, missie volbracht! Al zat het beter in mijn hoofd dan dat het intussen uit mijn vingers kwam. Dat gebeurt als je voorrang geeft aan gaan wandelen, boek lezen, vrienden bezoeken, huishoudelijke taken,…
¡Hasta la próxima!


Geen opmerkingen: