Hier ben ik nog eens.
We zijn wat vroeger op onze bestemming toe gekomen dan de andere dagen,
dus kan ik hier wat tijd voor maken. Ik
zit hier met de zon op mijn gezicht, want om 17:00 staat de zon al behoorlijk
laag. Ik zit hier ook met een Namibisch
gezin, en onze sympathieke gastheer uit Engeland. Gezellig boeltje. De hele tijd zitten we Engels, Nederlands en
Afrikaans door mekaar te praten. Grappig
en verwarrend.
Maandag reden we vanuit Ai Ais naar Aus. Daar verbleven we in het hoogst gelegen huis
in het dorp. We genoten van een
prachtige zonsondergang en brachten de rest van de avond en nacht in koude
door. Het was zelfs een beetje creepy. Doordat het huis op een heuvel lag, was er
langs alle kanten wind. Daarbovenop was
er geen werkend warm water, noch theezakjes.
Dus er was weinig om ons aan te warmen.
De volgende ochtend was ik al vroeg uit de veren. Lara lag nog goed te slapen, ik besloot een
ochtendwandeling te maken in de omgeving.
Dat deed deugd. Beetje
rondkijken, foto’s maken…tof, tof! Voor
we vertrokken, poetste Lara onze auto nog een beetje langs binnen, want
intussen lag daar al enkele millimeters stof in.
We hadden eergisteren een wandeldag gepland. We reden naar het domein van Klein Aus Vista. Aanvankelijk wilden we daar logeren, maar
tegen dat ik het wilde boeken, was het al volgeboekt. Zij hebben op hun domein zes
wandelroutes. We besloten er twee te
doen. De eerste duurde twee uren, en
ging over een berg. De tweede duurde
ongeveer even lang en liep voornamelijk over kiezelstenen. Tussen de twee wandelingen lunchten we in de
auto. De bavianen stonden weer op
uitkijk om eten te komen stelen, dus we kozen voor veiligheid.
Nadat we de 10,5 kilometer gestapt hadden, konden we tevreden
verder rijden richting Lüderitz.
Onderweg stopten we nog bij Garup Pan, een artificial waterhole waar de
wilde paarden komen drinken. Helaas
zagen we geen wilde paarden. Niet in de
verste verte. We hielden ook nog even
halt bij Kolmanskop, maar bezochten het pas een dag later. Onze toelating was namelijk nog niet in orde.
In Lüderitz werden we ontvangen door Timo, de eigenaar van
de guesthouse. Timo is een heel
vriendelijke, heel hyperactieve zwarte man. De accommodatie had een keukentje,
wat niet duidelijk was op de site van Booking.
Dus via Maps zochten we een visrestaurant, aangezien we aan de kust
waren. We vonden ‘The Portuguese
Fisherman’ en Timo keurde het goed (hihi).
We hebben die avond lekkere vis gegeten.
Gisteren hadden we een toffe, maar vermoeiende dag. We vertrokken redelijk vroeg om onze permit
te kopen voor Kolmanskop. Kolmanskop is
een zogenaamde ghost town, een beetje zoals Doel, zeg maar. Met dat verschil dat dit dorp in het midden
van de woestijn ligt. Dus zand, zand, zand!
Op die plek heeft men veel diamanten gevonden. Het was eigenlijk een mijndorp. De Namibische diamanten zijn blijkbaar héél
puur, en er is meer dan 1000 kg gevonden in Kolmanskop. Er hebben in de glorieuze dagen zo’n 1300
mensen gewoond. Het laatste gezin
vertrok in 1958. En sindsdien heeft de
natuur z’n gang gegaan.
Begin jaren ’90 begon men het dorp te renoveren. Enkele gebouwen zijn terug in hun originele
staat hersteld. Andere woningen worden
regelmatig zandvrij gemaakt. Doch, er
zijn ook huizen met kamers vol zandbergen.
Er is zelfs één huis dat enkel nog rechtstaat omdat een duin het
rechthoudt. Dat is het enige gebouw waar
je als bezoeker niet meer in mag. Te
gevaarlijk. Alle andere huizen zijn wel
toegankelijk, op eigen risico weliswaar.
Je ziet overal glas, van de ramen die het niet langer houden. Je ziet ook deuren die niet meer op de juiste
plaats zitten, of deuren die niet meer bruikbaar zijn omdat het zand er al te
veel rond ligt.
Al bij al was het zeer indrukwekkend. Echter, we bleven er te lang. We waren nadien allebei moe, van al het
wandelen door het zand. We waren ook
voortdurend op onze hoede, omdat we gewaarschuwd waren voor slangen. Daarenboven namen we ontzettend veel foto’s.
Tegen dat we terug aan de auto kwamen, was het 35 graden. Dat was het heetste dat we al hadden hier in
Namibië.
We lunchten met zicht op zee, en zetten nadien onze dag
verder. We reden naar Shark Island
(neen, geen haaien gezien, het is gewoon een naam waarschijnlijk), het schiereiland dat bij
Lüderitz hoort. Daar stopten we bij elke
mogelijke stopplaats. We spotten
flamingo’s (véél flamingo’s) en heel ver in de verte ook pinguïns. ’t Is dat we wisten dat het pinguïns waren,
want ze waren niet echt te onderscheiden met de verrekijker.
Moe maar voldaan kwamen we terug toe bij Timo’s Guesthouse. We namen een aperitief met een glaasje wijn
en olijven, kookten een pastasalade, namen een zalige douche, aten gezellig
buiten en keken nog even naar de samenvattingen van Wimbledon. Vanochtend stonden we vroeg op (6:45, het
vroegste tot nu toe) om rustig naar hier te kunnen rijden. Het was namelijk een trip van 5,5 uur – 435 km. We stopten opnieuw bij Garup, zonder
succes. Deze keer waren er wel veel
vogels aan het drinken, een troostprijs.
De weg naar hier was zalig.
Met zalig bedoel ik zalig rustig.
Want de gravel lag niet overal even goed. Over een 150-tal kilometers kwamen we niemand
anders tegen. We zagen wel enkele dieren
op en naast de weg: een wezel (denken we), ezels, bokjes. En er waren ook veel koeien, die
waarschijnlijk bij boerderijen horen.
Hoewel we nergens in de omgeving gebouwen zagen.
En nu zijn we dus hier.
En hier, dat is in Hammerstein.
Hier verblijven we in een B&B.
We bestelden tevens avondeten, dat dadelijk geserveerd zal worden. Het is intussen donker, of toch zo goed
als. Want ik kon niet de hele tijd
typen. We hebben ook veel gepraat met de
mensen hier. Morgen staat alweer een
vermoeiende dag op ons programma: een rit naar Sesriem en Sossusvlei. Dat wordt weer wandelen in het zand!
Aan zand trouwens geen gebrek. Dat kan je wel raden, als ik schrijf over de woestijn. Maar het gaat verder dan dat. De gravelwegen brengen ontzettend veel stof met zich mee. Bijgevolg is de auto telkens heel stoffig, tot zelfs vanbinnen. Al onze toestellen (camera's en gsm's) zijn telkens helemaal onder gestoft. Als we de deur openen wanneer we ergens toekomen, zien we het zand zo opwaaien. Onze koffers zitten in de autokoffer, en hebben een andere kleur telkens we op een volgende bestemming komen. This is Africa, all the way!
1 opmerking:
Al dat zand en gewoestein doet me steeds terugdenken aan Kara Ben Nemsi. Leuke boeken uit mijn jeugd! (virtueel reizen is wellicht iets minder oncomfortabel). Veel beleving daar, geniet er van!
Een reactie posten