maandag 22 juli 2019

This is a Namibian draft



De laatste dagen van onze selfdrive waren we wat plattekes of zo.  Het vele rijden begon z’n tol te eisen.  Bijgevolg besloten we vooral om telkens naar de eindbestemming te rijden, zonder al te veel omwegen om nog dingen te zien.  We gingen van Uis verder naar het Waterberg Plateau Park.  Ondanks we vaak vertraagden en soms zelfs stopten onderweg, om foto’s te maken van schattige zwijntjes, kwamen we redelijk op tijd toe aan Waterberg.  Dat zou ons nog genoeg tijd geven om enkele van de wandeltrails te doen die namiddag.

Echter, eerst dienden we te lunchen.  We hadden de avond voordien al een slaatje voorbereid.  Aan de receptie van het park zagen we een baboon warning.  We nemen dat sinds Ai Ais serieus, dus besloten op de kamer te lunchen.  Eerst pakten we de elektrische kabels al uit, dat is telkens het eerste dat we doen als we ergens toekomen.  Op die manier kunnen we de muggenstekker al meteen z’n werk laten doen.

Lara ging nog een avocado snijden bij het slaatje. Ik ging nog even naar buiten om een ongezond luchtje te scheppen.  Ik sloot de deur achter me, en zag vrijwel meteen een baviaan over de weg lopen.  Ik nam spontaan al wat afstand, want ik heb het echt niet meer op die beesten.  De aap was alle vuilbakken aan het bekijken in de hoop etensresten te vinden.  Wanneer hij bij onze voordeur kwam, opende hij deze!  Ik ben als gek beginnen roepen: “Lara, Lara, maak lawaai,…!”  

Het leek een eeuwigheid te duren vooraleer het dier opnieuw naar buiten kwam.  Intussen hoorde ik Lara tegen hem roepen, gillen, brullen.  De buit voor de baviaan was een pak crackers.  Hij ging ostentatief op de weg voor onze deur zitten, en begon te eten.  Ik durfde niet meer terug binnen gaan.  Uiteraard was ik ook heel benieuwd naar hoe het met Lara was, maar mijn angst was sterker.

Uiteindelijk waagde ik het om via de achterkant naar onze kamer te gaan.  Lara liet me heel snel binnen.  De ravage was groot.  Lara had ons eten zo goed mogelijk verdedigd.  Helaas had de aap ons potje met salade op de grond gegooid.  Hij had ook een zak vol etenswaren vast gehad, maar Lara had die terug af gepakt.  De zak was gevallen en de glazen pot augurken was stuk.  Dus heel de grond lag vol komkommer, avocado, pijpajuin, azijnwater,…  En het dier was ook over onze bedden en over mijn open koffer gelopen.

Toen we wat van de shock bekomen waren, aten we nog een beetje van wat Lara had kunnen redden.  Dan schraapten we al onze moed bij mekaar om naar de auto te gaan om terug naar de receptie te rijden.  Daar kregen we een andere kamer toegewezen, naast degene die we eerst hadden.

Intussen had de angst zich volledig meester van ons gemaakt.  We besloten niet meer te gaan wandelen en vanaf dan alle verplaatsingen in het park met de auto te maken.  We gingen met de auto naar het zwembad, waar we een uurtje rustig konden zitten.  Echter, op een gegeven moment, toen de meeste mensen al weg waren, passeerden daar meer dan 25 bavianen.  Wij in onze natte bikini’s naar de wagen, en terug naar onze kamer.

Daar toegekomen, bleken er alweer apen naast het gebouw te zitten.  Er stond daar namelijk een val, en er was een baviaan gevangen.  Enkele anderen bleven heel zielig naast hem zitten.  Het was inderdaad zielig, want wij gingen er van uit dat de gevangen baviaan zou vermoord worden.  Zielig, maar toch was ik alweer te angstig om binnen te gaan in onze kamer.  Een Duits gezin had ons in het oog, en de vader en zoon kwamen ons helpen.  Dat werkte echt, de apen leken bang te zijn voor mannen.

De gevangen aap is uiteindelijk opgehaald door drie zwarte mannen.  Een tiental minuten waren ze terug, met een lege kooi.  Ik durfde niet vragen wat ze ermee gedaan hadden.  Intussen hebben we dat wel aan Wiets gevraagd, onze gids voor onze driedaagse in Etosha.  Hij beweert dat de bavianen op een andere plaats worden vrijgelaten.  Blijkbaar keren zij niet terug.  Niettegenstaande blijf ik het een zielige gedachte vinden dat het dier werd weg gehaald bij zijn familie en/of vrienden.  Crazy mind of mine.

Die avond reden we met de auto naar het restaurant op het domein.  Buiten de dagsoep was er niet veel dat wij konden eten.  Dus dat aten we.  Droevige maaltijd, op een plek waar we snel weer weg wilden.  Jammer dat de angst zo overheerste, ze verlamde ons.  Want ik vermoed dat het mooi wandelen is aan Waterberg.  Tja…

De volgende ochtend hadden we ingetekend op een safari door het eigenlijke park.  Dat is enkel te bezoeken met een guided tour.  Om 6:15 stonden we reeds klaar aan de receptie.  Pas vijf minuten voor we vertrokken, kwam er nog een auto toe.  Spijtig, we waren niet alleen. En het werd erger: er stapten drie kinderen uit die auto!  Drie!

We reden in een open safariwagen naar het plateau.  Dat was een heel koude rit.  Onderweg zagen we twee giraffen.  Voor ons waren dat de eerste giraffen die we zagen in Namibië.  Het was toen nog behoorlijk donker, dus we konden ze niet goed fotograferen.  Bovenop het plateau reden we naar drie verschillende waterholes.  Het idee is dat je daar heel stil zit, wachtend tot er dieren komen drinken.

Doch, dat heel stil zijn, dat wilden die kinderen niet echt begrijpen.  Lara en ik ergerden ons verschillende keren.  Op een gegeven moment hebben we er toch iets van gezegd.  Toen bleek dat die mensen uit Brussel kwamen.  Ze praatten Frans, maar de vader kon vrij goed Nederlands.  Hij vertelde dat ze op de terugweg van Etosha waren.  Daarom hadden de kinderen niet zoveel interesse in dieren.  Ze hadden er al genoeg gezien.  Leer je kinderen dan eens inschatten, alstublieft!  Nu verpest je het voor anderen!

We zagen die ochtend een sabelanteloop en enkele elandantelopen. Ondanks er op het plateau ook neushoorns leven, hadden we helaas niet het geluk om er te zien.  Dat park is wel vrij uniek.  Het is een plateau bovenop een berg, 50 op 25 kilometer.  Alle dieren werden er ooit geïntroduceerd, om uitsterving tegen te gaan.  Daar kunnen ze zich rustig voortplanten, zonder zich zorgen te maken over predators.

We kwamen later terug aan dan gepland.  Het was al half 12, en we hadden nog een lange rit voor de boeg.  We reden naar onze honeymoon suite in Vingerklip.  Die Heavens Gate had ik goed gevonden!  De kamer lag bovenop een plateauberg, met stunning views!  Het was wel een kwartier naar boven wandelen om er te geraken. Bijgevolg hebben we zoals echte honeymooners de hele tijd op onze berg gezeten.  Haha.  We hadden een fijn terras met een badje.  ’t Is niet dat je het een zwembad kon noemen.  Als je recht stond, kwamen je knieën zelfs niet onder water.  We gingen voor een namiddag nudistenleven, ondanks verschillende nieuwsgierigen te dicht bij ons huisje kwamen.

’s Avonds aten we in het restaurant Eagles Nest, dat tevens op die berg lag.  De chef had voor ons een gevulde paprika gemaakt, lekker lekker!  Het eten voor de andere gasten bestond uit vlees van de braai.  We aten ons buikje goed vol en genoten van een Zuid-Afrikaanse Chardonnay.  Terug aan onze kamer zaten we nog even op ons terras.

Uit het niets kwam er wind op.  Eerst werd het frisjes, en bleven we nog zitten.  We hoorden jakhalzen beneden in het dal.  Plots werd de wind heel fel, echt een stormwind.  We namen snel onze spullen en gingen naar binnen.  Het was vrij creepy, de wind zo horen langs alle kanten.  Ik vreesde al voor onze nachtrust.  Echter, na een goed half uur stopte het met waaien, en kon ik gewoon terug buiten gaan zitten.  Heel heel vreemd.

De volgende ochtend waren we de enige gasten in Eagles Nest.  Omdat we op de berg zaten, mochten we ervoor kiezen om daar te ontbijten.  Een half uur tijd verliezen met naar beneden te gaan en terug: nee, dank u!  Op weg naar het restaurant zagen we bavianen.  Verdorie hé!  Daar was die angst weer.  Echter, deze apen hadden meer schrik van ons dan wij van hen.  Toch was ik er niet gerust in.

Nadat wij en onze bagage beneden waren geraakt, begonnen we aan de lange rit terug naar Windhoek.  We leverden de auto in, met 4050 kilometers extra.  Toegekomen bij ons appartement, spraken we met Wiets af dat we de ochtend nadien om 7:00 zouden vertrekken naar Etosha.  Ook dat zou weer een lange rit worden: 450 kilometer, om juist te zijn.

Gisteren kwamen we rond de middag toe aan één van de ingangen.  Onderweg had Wiets drie vogels gedood.  Lara en ik hadden al vaak tegen mekaar gepraat over de ‘suicide birds’.  Er zijn hier namelijk wel wat vogels die heel laat besluiten om over te vliegen, en dan raak je hen bijna met je auto.  Wij konden hen echter steeds ontwijken.  Wiets met zijn hoge auto en aanhangwagen iets minder. De laatste die we aanreden was een hornbill.  Wij vinden dat wel mooie vogels.  Ze zijn behoorlijk groot en hebben een mooie oranje, kromme bek.  KNAL!  Een kwartier later zei Lara dat er ‘iets’ boven mij zat.  Ik maar naar de lucht staren, op zoek naar één of andere roofvogel.  Nope, ze bedoelde écht boven mij: de vogel was tussen het bagagerek op het dak van de auto blijven zitten.  Uhu…  Ik heb gewacht met uitstappen tot iemand het kadaver weg had genomen.

Zaterdagnamiddag vulden we met gamedriving.  We zagen vooral zebra’s, giraffen en springbokken.  Toegekomen op de camping, gingen Lara en ik naar de waterhole vlakbij, terwijl Wiets onze tent open plooide en aan ons avondeten begon.  Aan de waterhole was niets te zien, dus na een klein half uur gingen we terug naar de camping.

Wiets had voor ons een lekkere vegetarische maaltijd met groenten en pasta.  Hij had tevens rode wijn mee genomen, die gekoeld eigenlijk vrij lekker was.  Het was een Merlot van Stellenbosch.  Omstreeks 21:00 ging hij al slapen, onder de sterrenhemel.  Wij wandelden opnieuw naar de waterhole, ondanks we om 6:00 zouden opstaan zondagmorgen (Jep, wéér een zondagmorgen zo vroeg opstaan!).

Die avond aan de waterhole was bijna onbeschrijflijk.  Toen we toe kwamen, lag er een neushoorn naast het water.  Niet lang daarna hoorden we een Italiaanse jongeman met een beperking “mama, elefante” roepen.  Zijn moeder was vooral bezorgd om het lawaai dat de kerel maakte, want aan zo’n waterhole is het de bedoeling dat je stil bent.

Er kwam een hele kudde olifanten aan gewandeld.  Wiets had ons reeds verteld over hoe beschermend olifanten zijn naar de kleineren toe, en dat hebben we heel goed gezien.  De kleintjes liepen telkens tussen twee volwassenen.  Er kwamen ook jakhalzen toe, maar daar wilde één olifant niet van weten.  Hij heeft de beesten terug de bosjes in gejaagd.  Zo ver zelfs, dat we de olifant zelf een tijdje niet meer zagen.

Het was knap om de dieren bezig te zien.  De kleine olifanten kopiëren alles van de ouderen.  Ze zijn echter nog niet erg behendig.  Bijvoorbeeld, als ze willen drinken, drinken ze misschien maar een kwart van wat ze opnemen in hun slurf, en dan floept het water er opnieuw uit met een luide splash.  Het was moeilijk om niet luidop te lachen wanneer we dat zagen! Voor we terug naar de camping gingen, kwam er opnieuw een neushoorn langs.  We werden echt verwend die avond!

En dan zwijg ik nog van de prachtige sterrenhemel!  Ik heb in mijn leven nog niet vaak vallende sterren gezien.  Ik kan me eigenlijk maar één keer herinneren, bij Chris in de tuin, kortgeleden.  Maar hier in Namibië heb ik er echt verschillende gezien.  Gisterenavond konden we trouwens ook de melkweg helemaal zien.  Tot hiertoe zagen we telkens maar stukjes, maar daar kwam dus gisteren verandering in.

Ik sliep die eerste nacht heel goed in onze tent.  We stonden vroeg op, en nog voor de poort van het kamp opende, stonden we al klaar om te vertrekken.  Wiets reed een hele voormiddag met ons rond, en we zagen meer giraffen, olifanten, zebra’s, verschillende soorten bokken, en zelfs nog meer neushoorns.

Wiets heeft nog nooit tijdens één bezoek aan Etosha zoveel neushoorns gezien.  Helaas zagen we geen enkele katachtige.  Ah ja, we zagen ook dassen.  Zij komen op de camping in de vuilbakken snollen.  En we zagen ook verschillende vogels: kleine, kleurrijke, ‘gewone’, lopende, vliegende (really!?!!), en uiteraard ook roofvogels.

Tegen de middag gingen we lunchen op de camping en namen Lara en ik wat rust aan het zwembad.  Het water was heel aangenaam van temperatuur, zoals zwembadwater hoort te zijn.  Tot nu hadden we één warm zwembad gehad, bij de hotsprings van Ai Ais, en voor de rest koude baden.  Dit water had echter de perfecte temperatuur: je kreeg het niet ontzettend koud en het verfriste zoals het hoort.  Later in de namiddag gingen we nog twee uurtjes rondrijden, dieren spottend. 

Gisterenavond besloot ik dat ik midden in de nacht naar de waterhole wilde.  Ik wou een keer de rust daar ervaren, met niet te veel andere mensen rondom me.  Daarom gingen we wat vroeger nog even naar de waterhole.  Er waren geen grote dieren, maar wel honderden vogels.  Waarschijnlijk waren het sociable weavers.  Dat zijn vogels die heel grote nesten weven in bomen, en ze leven in zo’n nest met wel 500 vogels samen.  Het was fijn om hen in groepjes te zien aan komen vliegen, te landen, naar het water te zien huppelen.  En ze brachten ons een prachtig concert met de oranje lucht aan de horizon.

Tegen 22:00 kropen we in onze slaapzak.  De wekker ging af om 2:20. Dat deed toch wel pijn, eigenlijk.  Wij in de kou naar de waterhole, met een extra dikke deken om ons warm te houden.  Er zaten nog vier andere mensen.  Dieren?  Amper…  Lara ging omstreeks 3:30 terug naar de tent, ik bleef alleen achter.  In totaal zat ik bijna twee uren aan de waterhole.  Ik zag weinig dieren.  De wind blies stevig en het was eigenlijk echt koud.  

Spijtig genoeg heb ik niet meer kunnen slapen nadien.  Ik was te veel onderkoeld en geraakte niet meer opgewarmd.  Ik heb nog tot bijna 7:00 in de tent gelegen, maar ik was de hele tijd wakker.  Ach, ik heb wat gerust, veronderstel ik.  Toch heb ik nu spijt dat ik niet gewoon de kou ben blijven trotseren aan de waterhole.  Daar had ik misschien nog iets interessant gezien.  Nu had ik het ook koud, maar lag ik in een tent wakker te liggen.  Tja.  ’t Was al fijn om helemaal alleen aan zo’n waterplek te zitten, midden in de nacht.

Na ons ontbijt en het opbreken van ons camp, reden we voor de laatste keer een drietal uren door het park.  We zagen de intussen gekende dieren, inclusief neushoorns, alweer.  Vanmiddag gaapten we nog een half uurtje naar de dieren bij een andere waterhole aan de andere kant van het park.  Dan begon de lange terugrit naar Windhoek. Nochtans ben ik me goed aan het bezig houden.  Ik ben aan het typen om een lange entry te kunnen posten vanavond, hehe.

Enkele weetjes die we op deze driedaagse leerden:
-        - Giraffen worden donkerder als ze ouder worden.
-       -  Het verschil tussen een witte en zwarte neushoorn, zie je aan hun mond.  Helaas kan ik de twee niet uit mekaar houden.  Ik vond nog geen ezelsbruggetje.  Alleszins, de ene soort eet gras, en heeft daardoor een brede mond (ik gok op de witte).  De andere soort eet vooral bladeren, en heeft een smalle mond van ‘naar boven toe’ te eten.
-        - Steenbokken leven hun hele leven met dezelfde partner.
-        - Mieren-/Termietenhopen staan gericht naar het noordoosten.  De vrouwtjes leggen hun eitjes aan die kant, zodat de eitjes ’s morgens kunnen opwarmen en ’s avonds ‘in de schaduw’ liggen.
-        - Een giraf heet kameelpeerd in het Afrikaans. (Die vond ik wel grappig.)
-       -  De dertien verschillende stammen in Namibië leven respectvol naast mekaar.  De wetten binnen de culturen worden erkend door de overheid.  Als iemand binnen een stam veroordeeld wordt en in beroep wil gaan, gaat dat beroep door in de gewone rechtbank.
-        - Het meeste overheidsgeld gaat naar onderwijs.  Zo’n 80 % van de budgetten worden gebruikt om nieuwe scholen te bouwen, en onderwijs bij iedereen te krijgen.  Daar kunnen ze bij ons nog iets van leren! (Op het vlak van budget, bedoel ik dan.)

Tijdens deze rit gaan we nog stoppen bij een traditionele crafters market.  Ik dien toe te geven dat ik nog geen souvenirs voor anderen heb gekocht.  Ik kocht enkel oorbellen, voor mezelf uiteraard.  Er was weinig dat mijn aandacht trok voor de rest, of ik het vond het te duur.  Morgen willen Lara en ik nog op zoek naar schoenen van zeehondenleer.  Naar ’t schijnt zijn die extreem waterdicht, want zeehonden hun huid blijft droog.
…………………
Er is nog zoveel meer dat ik wil vertellen, op het einde van deze prachtige reis.  Maar het is intussen 22:30 gepasseerd, en ik sliep maar vier uren vorige nacht, dus het is tijd om af te ronden en dit ding gewoon online te gooien.  It’s a draft, ik heb niets nagelezen.  Ik doe dat normaal altijd, maar uitzonderingen horen bij het leven, zeker?

1 opmerking:

Anoniem zei

mooi verslag!

Marc