De laatste dagen van onze selfdrive waren we wat plattekes
of zo. Het vele rijden begon z’n tol te
eisen. Bijgevolg besloten we vooral om
telkens naar de eindbestemming te rijden, zonder al te veel omwegen om nog
dingen te zien. We gingen van Uis verder
naar het Waterberg Plateau Park. Ondanks
we vaak vertraagden en soms zelfs stopten onderweg, om foto’s te maken van
schattige zwijntjes, kwamen we redelijk op tijd toe aan Waterberg. Dat zou ons nog genoeg tijd geven om enkele
van de wandeltrails te doen die namiddag.
Echter, eerst dienden we te lunchen. We hadden de avond voordien al een slaatje
voorbereid. Aan de receptie van het park
zagen we een baboon warning. We nemen
dat sinds Ai Ais serieus, dus besloten op de kamer te lunchen. Eerst pakten we de elektrische kabels al uit,
dat is telkens het eerste dat we doen als we ergens toekomen. Op die manier kunnen we de muggenstekker al
meteen z’n werk laten doen.
Lara ging nog een avocado snijden bij het slaatje. Ik ging
nog even naar buiten om een ongezond luchtje te scheppen. Ik sloot de deur achter me, en zag vrijwel
meteen een baviaan over de weg lopen. Ik
nam spontaan al wat afstand, want ik heb het echt niet meer op die
beesten. De aap was alle vuilbakken aan
het bekijken in de hoop etensresten te vinden.
Wanneer hij bij onze voordeur kwam, opende hij deze! Ik ben als gek beginnen roepen: “Lara, Lara,
maak lawaai,…!”
Het leek een eeuwigheid te duren vooraleer het dier opnieuw
naar buiten kwam. Intussen hoorde ik
Lara tegen hem roepen, gillen, brullen.
De buit voor de baviaan was een pak crackers. Hij ging ostentatief op de weg voor onze deur
zitten, en begon te eten. Ik durfde niet
meer terug binnen gaan. Uiteraard was ik
ook heel benieuwd naar hoe het met Lara was, maar mijn angst was sterker.
Uiteindelijk waagde ik het om via de achterkant naar onze
kamer te gaan. Lara liet me heel snel
binnen. De ravage was groot. Lara had ons eten zo goed mogelijk verdedigd. Helaas had de aap ons potje met salade op de
grond gegooid. Hij had ook een zak vol
etenswaren vast gehad, maar Lara had die terug af gepakt. De zak was gevallen en de glazen pot augurken
was stuk. Dus heel de grond lag vol
komkommer, avocado, pijpajuin, azijnwater,…
En het dier was ook over onze bedden en over mijn open koffer gelopen.
Toen we wat van de shock bekomen waren, aten we nog een beetje van wat Lara had kunnen redden. Dan schraapten we al onze moed bij mekaar om naar de auto te gaan om terug naar de receptie te rijden. Daar kregen we een andere kamer toegewezen, naast degene die we eerst hadden.
Intussen had de angst zich volledig meester van ons
gemaakt. We besloten niet meer te gaan
wandelen en vanaf dan alle verplaatsingen in het park met de auto te
maken. We gingen met de auto naar het
zwembad, waar we een uurtje rustig konden zitten. Echter, op een gegeven moment, toen de meeste
mensen al weg waren, passeerden daar meer dan 25 bavianen. Wij in onze natte bikini’s naar de wagen, en
terug naar onze kamer.
Daar toegekomen, bleken er alweer apen naast het gebouw te
zitten. Er stond daar namelijk een val,
en er was een baviaan gevangen. Enkele
anderen bleven heel zielig naast hem zitten.
Het was inderdaad zielig, want wij gingen er van uit dat de gevangen
baviaan zou vermoord worden. Zielig,
maar toch was ik alweer te angstig om binnen te gaan in onze kamer. Een Duits gezin had ons in het oog, en de
vader en zoon kwamen ons helpen. Dat
werkte echt, de apen leken bang te zijn voor mannen.
De gevangen aap is uiteindelijk opgehaald door drie zwarte
mannen. Een tiental minuten waren ze
terug, met een lege kooi. Ik durfde niet
vragen wat ze ermee gedaan hadden.
Intussen hebben we dat wel aan Wiets gevraagd, onze gids voor onze
driedaagse in Etosha. Hij beweert dat de
bavianen op een andere plaats worden vrijgelaten. Blijkbaar keren zij niet terug. Niettegenstaande blijf ik het een zielige
gedachte vinden dat het dier werd weg gehaald bij zijn familie en/of
vrienden. Crazy mind of mine.
Die avond reden we met de auto naar het restaurant op het
domein. Buiten de dagsoep was er niet
veel dat wij konden eten. Dus dat aten
we. Droevige maaltijd, op een plek waar
we snel weer weg wilden. Jammer dat de
angst zo overheerste, ze verlamde ons.
Want ik vermoed dat het mooi wandelen is aan Waterberg. Tja…
De volgende ochtend hadden we ingetekend op een safari door
het eigenlijke park. Dat is enkel te
bezoeken met een guided tour. Om 6:15
stonden we reeds klaar aan de receptie.
Pas vijf minuten voor we vertrokken, kwam er nog een auto toe. Spijtig, we waren niet alleen. En het werd
erger: er stapten drie kinderen uit die auto!
Drie!
We reden in een open safariwagen naar het plateau. Dat was een heel koude rit. Onderweg zagen we twee giraffen. Voor ons waren dat de eerste giraffen die we
zagen in Namibië. Het was toen nog
behoorlijk donker, dus we konden ze niet goed fotograferen. Bovenop het plateau reden we naar drie
verschillende waterholes. Het idee is
dat je daar heel stil zit, wachtend tot er dieren komen drinken.
Doch, dat heel stil zijn, dat wilden die kinderen niet echt
begrijpen. Lara en ik ergerden ons verschillende
keren. Op een gegeven moment hebben we
er toch iets van gezegd. Toen bleek dat
die mensen uit Brussel kwamen. Ze
praatten Frans, maar de vader kon vrij goed Nederlands. Hij vertelde dat ze op de terugweg van Etosha
waren. Daarom hadden de kinderen niet
zoveel interesse in dieren. Ze hadden er
al genoeg gezien. Leer je kinderen dan
eens inschatten, alstublieft! Nu verpest
je het voor anderen!
We zagen die ochtend een sabelanteloop en enkele
elandantelopen. Ondanks er op het plateau ook neushoorns leven, hadden we
helaas niet het geluk om er te zien. Dat
park is wel vrij uniek. Het is een
plateau bovenop een berg, 50 op 25 kilometer.
Alle dieren werden er ooit geïntroduceerd, om uitsterving tegen te
gaan. Daar kunnen ze zich rustig voortplanten,
zonder zich zorgen te maken over predators.
We kwamen later terug aan dan gepland. Het was al half 12, en we hadden nog een
lange rit voor de boeg. We reden naar
onze honeymoon suite in Vingerklip. Die
Heavens Gate had ik goed gevonden! De
kamer lag bovenop een plateauberg, met stunning views! Het was wel een kwartier naar boven wandelen
om er te geraken. Bijgevolg hebben we zoals echte honeymooners de hele tijd op
onze berg gezeten. Haha. We hadden een fijn terras met een badje. ’t Is niet dat je het een zwembad kon
noemen. Als je recht stond, kwamen je
knieën zelfs niet onder water. We gingen
voor een namiddag nudistenleven, ondanks verschillende nieuwsgierigen te dicht
bij ons huisje kwamen.
’s Avonds aten we in het restaurant Eagles Nest, dat tevens
op die berg lag. De chef had voor ons
een gevulde paprika gemaakt, lekker lekker!
Het eten voor de andere gasten bestond uit vlees van de braai. We aten ons buikje goed vol en genoten van
een Zuid-Afrikaanse Chardonnay. Terug
aan onze kamer zaten we nog even op ons terras.
Uit het niets kwam er wind op. Eerst werd het frisjes, en bleven we nog
zitten. We hoorden jakhalzen beneden in
het dal. Plots werd de wind heel fel,
echt een stormwind. We namen snel onze
spullen en gingen naar binnen. Het was
vrij creepy, de wind zo horen langs alle kanten. Ik vreesde al voor onze nachtrust. Echter, na een goed half uur stopte het met
waaien, en kon ik gewoon terug buiten gaan zitten. Heel heel vreemd.
De volgende ochtend waren we de enige gasten in Eagles
Nest. Omdat we op de berg zaten, mochten
we ervoor kiezen om daar te ontbijten.
Een half uur tijd verliezen met naar beneden te gaan en terug: nee, dank
u! Op weg naar het restaurant zagen we
bavianen. Verdorie hé! Daar was die angst weer. Echter, deze apen hadden meer schrik van ons
dan wij van hen. Toch was ik er niet
gerust in.
Nadat wij en onze bagage beneden waren geraakt, begonnen we
aan de lange rit terug naar Windhoek. We
leverden de auto in, met 4050 kilometers extra.
Toegekomen bij ons appartement, spraken we met Wiets af dat we de
ochtend nadien om 7:00 zouden vertrekken naar Etosha. Ook dat zou weer een lange rit worden: 450
kilometer, om juist te zijn.
Gisteren kwamen we rond de middag toe aan één van de
ingangen. Onderweg had Wiets drie vogels
gedood. Lara en ik hadden al vaak tegen
mekaar gepraat over de ‘suicide birds’.
Er zijn hier namelijk wel wat vogels die heel laat besluiten om over te
vliegen, en dan raak je hen bijna met je auto.
Wij konden hen echter steeds ontwijken.
Wiets met zijn hoge auto en aanhangwagen iets minder. De laatste die we
aanreden was een hornbill. Wij vinden
dat wel mooie vogels. Ze zijn behoorlijk
groot en hebben een mooie oranje, kromme bek.
KNAL! Een kwartier later zei Lara
dat er ‘iets’ boven mij zat. Ik maar
naar de lucht staren, op zoek naar één of andere roofvogel. Nope, ze bedoelde écht boven mij: de vogel
was tussen het bagagerek op het dak van de auto blijven zitten. Uhu…
Ik heb gewacht met uitstappen tot iemand het kadaver weg had genomen.
Zaterdagnamiddag vulden we met gamedriving. We zagen vooral zebra’s, giraffen en
springbokken. Toegekomen op de camping,
gingen Lara en ik naar de waterhole vlakbij, terwijl Wiets onze tent open
plooide en aan ons avondeten begon. Aan
de waterhole was niets te zien, dus na een klein half uur gingen we terug naar
de camping.
Wiets had voor ons een lekkere vegetarische maaltijd met
groenten en pasta. Hij had tevens rode
wijn mee genomen, die gekoeld eigenlijk vrij lekker was. Het was een Merlot van Stellenbosch. Omstreeks 21:00 ging hij al slapen, onder de
sterrenhemel. Wij wandelden opnieuw naar
de waterhole, ondanks we om 6:00 zouden opstaan zondagmorgen (Jep, wéér een
zondagmorgen zo vroeg opstaan!).
Die avond aan de waterhole was bijna onbeschrijflijk. Toen we toe kwamen, lag er een neushoorn
naast het water. Niet lang daarna
hoorden we een Italiaanse jongeman met een beperking “mama, elefante” roepen. Zijn moeder was vooral bezorgd om het lawaai
dat de kerel maakte, want aan zo’n waterhole is het de bedoeling dat je stil
bent.
Er kwam een hele kudde olifanten aan gewandeld. Wiets had ons reeds verteld over hoe
beschermend olifanten zijn naar de kleineren toe, en dat hebben we heel goed
gezien. De kleintjes liepen telkens
tussen twee volwassenen. Er kwamen ook
jakhalzen toe, maar daar wilde één olifant niet van weten. Hij heeft de beesten terug de bosjes in
gejaagd. Zo ver zelfs, dat we de olifant
zelf een tijdje niet meer zagen.
Het was knap om de dieren bezig te zien. De kleine olifanten kopiëren alles van de
ouderen. Ze zijn echter nog niet erg
behendig. Bijvoorbeeld, als ze willen
drinken, drinken ze misschien maar een kwart van wat ze opnemen in hun slurf,
en dan floept het water er opnieuw uit met een luide splash. Het was moeilijk om niet luidop te lachen
wanneer we dat zagen! Voor we terug naar de camping gingen, kwam er opnieuw een
neushoorn langs. We werden echt verwend
die avond!
En dan zwijg ik nog van de prachtige sterrenhemel! Ik heb in mijn leven nog niet vaak vallende
sterren gezien. Ik kan me eigenlijk maar
één keer herinneren, bij Chris in de tuin, kortgeleden. Maar hier in Namibië heb ik er echt
verschillende gezien. Gisterenavond
konden we trouwens ook de melkweg helemaal zien. Tot hiertoe zagen we telkens maar stukjes,
maar daar kwam dus gisteren verandering in.
Ik sliep die eerste nacht heel goed in onze tent. We stonden vroeg op, en nog voor de poort van
het kamp opende, stonden we al klaar om te vertrekken. Wiets reed een hele voormiddag met ons rond,
en we zagen meer giraffen, olifanten, zebra’s, verschillende soorten bokken, en
zelfs nog meer neushoorns.
Wiets heeft nog nooit tijdens één bezoek aan Etosha zoveel
neushoorns gezien. Helaas zagen we geen
enkele katachtige. Ah ja, we zagen ook
dassen. Zij komen op de camping in de
vuilbakken snollen. En we zagen ook
verschillende vogels: kleine, kleurrijke, ‘gewone’, lopende, vliegende
(really!?!!), en uiteraard ook roofvogels.
Tegen de middag gingen we lunchen op de camping en namen
Lara en ik wat rust aan het zwembad. Het
water was heel aangenaam van temperatuur, zoals zwembadwater hoort te
zijn. Tot nu hadden we één warm zwembad
gehad, bij de hotsprings van Ai Ais, en voor de rest koude baden. Dit water had echter de perfecte temperatuur:
je kreeg het niet ontzettend koud en het verfriste zoals het hoort. Later in de namiddag gingen we nog twee
uurtjes rondrijden, dieren spottend.
Gisterenavond besloot ik dat ik midden in de nacht naar de
waterhole wilde. Ik wou een keer de rust
daar ervaren, met niet te veel andere mensen rondom me. Daarom gingen we wat vroeger nog even naar de
waterhole. Er waren geen grote dieren,
maar wel honderden vogels.
Waarschijnlijk waren het sociable weavers. Dat zijn vogels die heel grote nesten weven
in bomen, en ze leven in zo’n nest met wel 500 vogels samen. Het was fijn om hen in groepjes te zien aan
komen vliegen, te landen, naar het water te zien huppelen. En ze brachten ons een prachtig concert met
de oranje lucht aan de horizon.
Tegen 22:00 kropen we in onze slaapzak. De wekker ging af om 2:20. Dat deed toch wel
pijn, eigenlijk. Wij in de kou naar de
waterhole, met een extra dikke deken om ons warm te houden. Er zaten nog vier andere mensen. Dieren?
Amper… Lara ging omstreeks 3:30
terug naar de tent, ik bleef alleen achter.
In totaal zat ik bijna twee uren aan de waterhole. Ik zag weinig dieren. De wind blies stevig en het was eigenlijk
echt koud.
Spijtig genoeg heb ik niet meer kunnen slapen nadien. Ik was te veel onderkoeld en geraakte niet
meer opgewarmd. Ik heb nog tot bijna
7:00 in de tent gelegen, maar ik was de hele tijd wakker. Ach, ik heb wat gerust, veronderstel ik. Toch heb ik nu spijt dat ik niet gewoon de
kou ben blijven trotseren aan de waterhole.
Daar had ik misschien nog iets interessant gezien. Nu had ik het ook koud, maar lag ik in een
tent wakker te liggen. Tja. ’t Was al fijn om helemaal alleen aan zo’n waterplek
te zitten, midden in de nacht.
Na ons ontbijt en het opbreken van ons camp, reden we voor
de laatste keer een drietal uren door het park.
We zagen de intussen gekende dieren, inclusief neushoorns, alweer. Vanmiddag gaapten we nog een half uurtje naar
de dieren bij een andere waterhole aan de andere kant van het park. Dan begon de lange terugrit naar Windhoek.
Nochtans ben ik me goed aan het bezig houden.
Ik ben aan het typen om een lange entry te kunnen posten vanavond, hehe.
Enkele weetjes die we op deze driedaagse leerden:
-
- Giraffen worden donkerder als ze ouder worden.
- -
Het verschil tussen een witte en zwarte
neushoorn, zie je aan hun mond. Helaas
kan ik de twee niet uit mekaar houden.
Ik vond nog geen ezelsbruggetje.
Alleszins, de ene soort eet gras, en heeft daardoor een brede mond (ik
gok op de witte). De andere soort eet
vooral bladeren, en heeft een smalle mond van ‘naar boven toe’ te eten.
-
- Steenbokken leven hun hele leven met dezelfde
partner.
-
- Mieren-/Termietenhopen staan gericht naar het
noordoosten. De vrouwtjes leggen hun
eitjes aan die kant, zodat de eitjes ’s morgens kunnen opwarmen en ’s avonds
‘in de schaduw’ liggen.
-
- Een giraf heet kameelpeerd in het Afrikaans.
(Die vond ik wel grappig.)
- -
De dertien verschillende stammen in Namibië
leven respectvol naast mekaar. De wetten
binnen de culturen worden erkend door de overheid. Als iemand binnen een stam veroordeeld wordt
en in beroep wil gaan, gaat dat beroep door in de gewone rechtbank.
-
- Het meeste overheidsgeld gaat naar
onderwijs. Zo’n 80 % van de budgetten
worden gebruikt om nieuwe scholen te bouwen, en onderwijs bij iedereen te
krijgen. Daar kunnen ze bij ons nog iets
van leren! (Op het vlak van budget, bedoel ik dan.)
Tijdens deze rit gaan we nog stoppen bij een traditionele
crafters market. Ik dien toe te geven
dat ik nog geen souvenirs voor anderen heb gekocht. Ik kocht enkel oorbellen, voor mezelf
uiteraard. Er was weinig dat mijn
aandacht trok voor de rest, of ik het vond het te duur. Morgen willen Lara en ik nog op zoek naar
schoenen van zeehondenleer. Naar ’t
schijnt zijn die extreem waterdicht, want zeehonden hun huid blijft droog.
…………………
Er is nog zoveel meer dat ik wil vertellen, op het einde van
deze prachtige reis. Maar het is
intussen 22:30 gepasseerd, en ik sliep maar vier uren vorige nacht, dus het is
tijd om af te ronden en dit ding gewoon online te gooien. It’s a draft, ik heb niets nagelezen. Ik doe dat normaal altijd, maar
uitzonderingen horen bij het leven, zeker?
1 opmerking:
mooi verslag!
Marc
Een reactie posten