Ik typ dit in word, want zelfs de computer is me niet zo goed gezind de laatste tijd. Neen, dat klinkt te negatief. Zo bedoel ik het niet. Echter, omdat ik me vandaag niet goed voel, ben ik even in de fase van ‘alles zit tegen vandaag’. En eigenlijk is dat goed. Als ik erover nadenk, is dat goed. Het is dringend nodig.
Dus typ ik in word.
Maar dan lijkt het alsof het niet voor mijn blog bestemd is. Hoewel ik dit in het verleden wel vaker
deed. Maar dat is al zo lang
geleden. Echter, zoals ik zei: de
computer wil niet mee. De voorbije twee
weken deed ik al vele ‘quickstarts’.
Want de computer loopt vast uit het niets, en aanvaardt geen enkele
bewerking meer. Niets, maar dan ook echt
niets.
Echter, daarover ging ik niet schrijven. Ik kwam vertellen dat het er is. Het moment om te crashen is er. Dat denk ik toch. Stilaan sijpelt alles door. Sinds dinsdag voel ik het. Het komt er aan. Ik schrijf dinsdag, en niet eergisteren. Want eergisteren lijkt al een eeuwigheid
geleden. Ik leef maar verder. Zonder nadenken, zonder voelen vooral. Maar dinsdag kwamen er al enkele
traantjes. Gisteren ook. Vandaag kreeg ik het masker niet meer opgezet
om 17:35. Daar was het. Even allerlei dingen eruit laten.
Nog lang niet genoeg.
Want nu zit ik hier weer gevoelloos te typen. En straks weet ik nog niet wat ik ga
doen. Fysiek schrijven (dat bestaat
niet, maar na een half glas wijn is dat de term die ik erop kleef), gewoon
hangen en televisie kijken, muziek opzetten die veel in gang zet,... Ik weet het nog niet. Alleszins, ik ga niet doen wat ik gepland
had: het huishouden.
Dat huishouden ligt al twee weken stil. Ik plande bewust erg veel dingen. Veel te doen, veel weg zijn, alles eraan doen
om niet te voelen. Want dat wilde ik
even niet. Echter, nu voel ik dat ik wil
voelen. Ik voel dat ik eens een dag
weinig wil eten. Ik voel dat ik chips
met wijn wil. Ik voel dat ik de onrust
en rust nodig heb. Ik voel. !!!!
En dan wordt het weer ingewikkeld, chaotisch. I’m sorry.
Maar zo is het. Zo voel ik
me.
Ik vraag me af of ik al iets verteld heb. Heb ik al iets verteld? Er waren vele dingen die ik wilde komen
schrijven. De voorbije dagen schoot me
vanalles te binnen. Maar nu ik typ, wil
ik er niets meer van schrijven. Niets
van die dingen. Wel andere dingen. Dingen zoals: .... En dan toch weer niet,
blijkbaar. Ik houd ze voor mijn boekje.
Ja, ik ben gekwetst.
Ja, ik voel pijn. En ja, ik weet
het. Ik MOET het blijkbaar loslaten,
volgens sommigen/velen. Ik doe dat hoor,
echt wel. Maar als je mij maar af en toe
ziet, merk je daar weinig van. Er zijn
er die het weten. Ik heb al veel losgelaten. Er is nu meer boosheid. Maar ook terug meer pijn. Na de looping is er veel pijn bij
gekomen. Maar ik huil nog weinig. De boosheid kwam in de plaats. Hoewel ik nog steeds in mijn auto zou
stappen, nog altijd. Elk moment van de
dag, de nacht, de morgend, de middag, de avond.
Cada cada. Ik zou cada cadita in
mijn auto stappen.
Maar het verstand weet het ondertussen. Het verstand wint. Nochtans zou het gevoel nog altijd kunnen
winnen. Het gevoel is sterker. Mijn gevoel is sterker. Hij weet dit.
Zelfs zonder hier te komen lezen, denk ik dat hij dat weet. Ik denk dat.
Misschien is het de ijdele hoop, maar dat geloof ik echt.
In ieder geval, ik probeer wat te voelen. De voorbije twee weken waren ontzettend
vermoeiend. Maskers dragen, heel leuke
dingen meegemaakt, droevige gebeurtenissen, boosheid, slapeloosheid, uitgaan
zonder tijd, geen rust vinden, ergenissen,...
En dan belt de gsm terwijl ik dit schrijf. En is daar weer die hoop. GDVD!
‘Numero privado’, de provider waarschijnlijk. Als men zich niet bekend kan maken, hoeft men me niet te spreken. En anders is er
mijn voicemail. Waar ik wat hoor,
maar eigenlijk ook niets. De provider
zal het dus geweest zijn. Neen, hij belt
niet. En als hij mij ooit nog
contacteert, is het om te zeggen dat ik dien te stoppen. Stoppen met schrijven, stoppen met
spreken. Want ik spreek.
Ik blijf beleefd en netjes.
Ik zeg niet meer dan “Er was een voorval op de oefenavond waardoor ik me
niet meer welkom voelde”. Dat is toch
netjes, vind ik. Want ja, ik kan ook
beleefd zijn, weet je nog? Ik kan dat
heus wel. Maar mijn boosheid (woede
eigenlijk) zorgt ervoor dat ik niet gewoon kan zeggen “Ik ben het dansen beu”
of dat soort leugen. Want ik mis het elk
moment. Cada cada. Cada cadita.
Voortdurend. De hele tijd. En ik doe niet mee aan leugens. Ik ben geen leugenaar.
Ja, sommigen zullen vinden van wel. Maar nee, dat ben ik niet. Ik voel me enorm slecht bij liegen. Liegen is niet aan mij besteed. Echt niet.
Ook al denk je iets anders. Ik
heb niet gelogen. Ik sprak de
waarheid. Wat je ook mag denken. Liegen doe ik niet. Liegen is onrechtvaardig, en ik haat
onrechtvaardigheid. Dat kan ik niet
plaatsen.
Amai, dit gaat vlot.
Het is wel zwaar om te lezen, waarschijnlijk. Dat besef ik.
Om wat luchtiger te eindigen, want het wordt tijd om mezelf naar een
ander niveau te tillen (wat dat ook mag betekenen): de wedstrijd! Ik wacht nog steeds. Nog steeds en vano. Ik wacht op vele dingen en vano. En nog luchtiger: zaterdagavond ga ik een
geweldige (fuck, daar heb je dat woord weer) comedy-avond tegemoet! Yes!
Dat wordt top!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten