Mijn wereld is zo groot of klein als je zelf wil. Ik heb alvast twee werelden die ik graag combineer. Ik ben Belga con alma Catracha!
woensdag 19 september 2007
Verslag Bali (cultuurbijlage)
Als iemand mij vraagt wat ik het mooiste aan onze reis naar Bali vond, is mijn antwoord ‘de kleurrijke offers’. Het meest fascinerende aan de hele vakantie vond ik de manier waarop de Balinezen omgaan met hun geloof. Om die reden maak ik deze extra pagina, met enkele typische gebruiken in het Balinese systeem. Voor meer uitgebreide informatie verwijs ik graag naar het internet en gespecialiseerde reisgidsen.
Kastenstelsel
Op Bali bestaat er nog steeds een kastenstelsel. Er zijn vier kasten: priesters, koningen en adel, handelaren en werklieden (90% van de bevolking). Tijdens onze reis hebben we altijd contact gehad met mensen uit de laagste kaste (bv. de gidsen). Typisch voor deze kaste is de manier waarop kinderen hun naam krijgen. Het oudste kind heet altijd Wayan, het middelste Made, het jongste Nyoman en het vierde Ketut. De laatste naam betekent ‘ongepland’. Als een vijfde, zesde, zevende…kind geboren wordt, begint men opnieuw. Meisjes en jongens dragen dezelfde naam, bij mannen staat er I voor, bij vrouwen Ni. Ouders kunnen hun kind een tweede naam geven, die fungeert als roepnaam.
Het kastenstelsel wordt op Bali niet meer altijd toegepast. Vroeger mochten mensen uit verschillende kasten bv. niet met elkaar trouwen, maar tegenwoordig vindt men het vooral belangrijk dat man en vrouw elkaar graag zien.
Gemeenschapsleven
Wanneer je huwt op Bali, word je lid van een gemeenschap. Dit is erg belangrijk, want zonder lidmaatschap sta je er alleen voor. Leden van een gemeenschap helpen elkaar en bereiden samen ceremonies voor. Als er bv. iemand sterft, komt er een crematieceremonie. Er zal altijd volk naar de dienst komen, want alle gemeenschapsleden zijn aanwezig bij ceremonies voor een medelid.
Gezinsleven
Een Balinees woonerf bestaat altijd uit verschillende gebouwen. Er zijn ruimtes voor oudere mensen (eerste generatie), volwassenen (tweede generatie), jonggehuwden (derde generatie) en kinderen (vierde generatie). Elke familie heeft een eigen tempel. Afhankelijk van de grootte en rijkdom van de familie, zijn tempels groter en mooier (meer pracht en praal). Alle tempels zijn gericht naar de vulkaan Gunung Agung, de grootste berg op Bali. De bevolking gelooft dat deze berg de woonplaats van de goden is.
Eveneens kenmerkend voor het gezinsleven, is de manier waarop met zwangerschap en baby’s wordt omgegaan. Wanneer een vrouw zeven maanden zwanger is (volgens de Balinese kalender: 35 dagen per maand), mag haar echtgenoot zich niet meer verzorgen, tot aan de geboorte. Men gaat er van uit dat een moeder haar gevoelens doorgeeft aan het kind, tijdens de zwangerschap. Als een man zich niet verzorgt, heeft een vrouw geen reden tot jaloezie, omdat haar man waarschijnlijk toch niet in de smaak zal vallen bij andere dames. Zo wordt het onmogelijk geacht dat een vrouw jaloezie doorgeeft aan haar ongeboren kind. Wanneer je op Bali een man ziet met lang(er) haar, is de kans dus reëel dat zijn vrouw zwanger is.
Bij de geboorte van een kind wordt de placenta begraven, omdat men gelooft dat dit de tweelingbroer /-zus is van de pasgeborene. De moederkoek wordt in een pot, kruik of mandje gelegd, samen met wat geld (rijkdom), een boek (wijsheid), een potlood (onderwijs) en andere gebruiksvoorwerpen. De drie daaropvolgende maanden (weer Balinese kalender), worden er dagelijks offers gebracht aan de ziel van de tweelingbroer /-zus. Gedurende die periode mag de jonge baby de grond niet aanraken, hij wordt altijd gedragen. Na drie maanden vindt er een ceremonie plaats, waarbij het kind voor het eerst de grond mag aanraken. Op dat moment stopt men ook met het offeren aan de placenta. Ook het afvallen van de navelstreng wordt gevierd. De navelstreng wordt verwerkt in een juweel of kledingstuk, dat geluk moet brengen voor het jonge kind.
In Indonesië bestaat er een geboortebeperking: twee kinderen per gezin. Net als het kastenstelsel, wordt dit echter niet streng opgevolgd. Seks voor het huwelijk kan in principe niet, maar komt wel voor. De straf die hierop volgt, is dat men voor lange tijd onderwerp van roddels is.
Schoolplicht
Kinderen moeten naar school van 7 tot 15 jaar. Er wordt kleuteronderwijs ingericht, maar dit is net als bij ons geen verplichting. De lagere school omvat zes jaren. Het uniform voor lagere schoolkinderen is rood met wit. Het lager middelbaar behelst drie jaren. Hier dragen de leerlingen een donkerblauw met wit uniform. Tot slot is er het hoger middelbaar (niet verplicht). Dit bestaat eveneens uit drie jaren. Het uniform is grijs met wit. Er zijn ook hogescholen en universiteiten, maar slechts weinig mensen gaan daar naartoe.
De lessen worden ingericht van 7:00 tot 12:00, van maandag tot en met zaterdag. De kinderen gaan, net zoals dat hier vroeger gebeurde, te voet naar school. Soms moeten ze daarvoor lang wandelen. Sommige leerlingen worden per brommer gebracht door de ouders, als die dezelfde richting uit moeten om te werken.
Offers
Het hele leven van een Balinees staat in het teken van zijn geloof, het hindoeïsme. Mensen offeren meermaals per dag, aan alles wat we ons maar kunnen indenken: auto’s, bomen, de grond, de zee, rijst, standbeelden (van goden),… Dit doen ze uit zelfbescherming, ze geloven dat ze dit moeten doen voor een goede oogst, geen ziekte of pijn,… Meestal bestaan offers uit organisch materiaal, zaken die het leven op aarde mogelijk maken: planten, bloemen, rijst.
Ceremonies
Offeren tijdens een ceremonie gaat nog een stapje verder. Er bestaat een ingewikkeld systeem dat voorschrijft wanneer bepaalde ceremonies dienen plaats te vinden (combinatie van de Balinese kalender en stand van de maan). Tijdens ceremonies worden eveneens offers gebracht, maar vaak zijn deze groter en mooier. Er wordt meer tijd in gestoken. Er zijn ontelbaar veel ceremonies: als een kind drie maanden wordt, vijlen van de tanden, huwelijk, crematie,…
Tempels
Er zijn verschillende soorten tempels op Bali. De belangrijkste zijn de staatstempels, dorpstempels en familietempels. De laatste categorie heb ik hierboven al besproken. Bali telt negen staatstempels, voor elke windrichting 1, plus ééntje in het centrum van het eiland. Ze beschermen het eiland, doordat ze aan de randen liggen. Elk dorp heeft minstens drie tempels: twee aan de grenzen en één in het centrum, opnieuw ter bescherming. Tot slot vind je her en der kleine tempels terug, die vaak bestaan uit een enkel altaar. Je ziet ze op de markt, op de rijstvelden, bij winkels,… Hier offeren de mensen dagelijks, zoals ik hierboven al beschreef.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten